De reportage die misschien wel iets anders was

ANP
Twee presentatoren en een cameraman lopen over een drukke markt in een stadsdeel waar veel nationaliteiten wonen. De journalisten zeggen zich er niet welkom, thuis of veilig te voelen. Dat zou komen door de invloed van de open grenzen, zeggen ze, maar ze onderbouwen dat niet. Keken we hier naar een journalistieke reportage? Of toch misschien naar iets anders?
In het kort:
- Op de Haagse markt voel je je als Nederlander niet meer thuis, wordt in een video van Ongehoord Nederland gesteld. De wijk is veranderd door de open grenzen en ‘omvolking’.
- Beweringen worden niet of onvoldoende onderbouwd.
- Wederhoor is niet strikt noodzakelijk. Maar een echt journalistiek product zou ruimte maken voor context of tegenspraak.
- De video gebruikt een journalistieke vorm maar roept aan het eind op tot lidmaatschap van de omroep. Vermenging van deze doelen kan spanning opleveren met journalistieke normen en het publiek op het verkeerde been zetten.
De Ombudsman kreeg meerdere mails en klachten over een video van Ongehoord Nederland op YouTube. In de video (een bezoek van twee medewerkers van omroep ON! aan de Haagse Markt) zouden “feitelijke onjuistheden en discriminerende uitingen” en “ongecheckte claims” zitten. De video zou “gevoelens van onveiligheid als feit, zonder controleerbare bronnen of context” presenteren. Daarmee zou de video de Code Journalistiek Handelen schenden. De klagers correspondeerden ieder afzonderlijk met de klachtencommissie van de omroep. Maar geen van hen was tevreden, ze kwamen dus terug naar de Ombudsman.
Voorafgaand
Een klager vroeg de Ombudsman zich ook uit te spreken over de “ongebruikelijke toon en vorm” van het contact met de klachtencommissie. Een andere kijker schreef aan de commissie dat het erop leek “dat u, als commissie, het frame van de makers overneemt, in plaats van het kritisch te toetsen aan de geldende journalistieke normen.” Hij vroeg de klachtencommissie transparant te zijn over de ethische of journalistieke codes waarop deze haar oordeel baseert. “Die openheid is essentieel om het gewicht en de onafhankelijkheid van uw beoordeling op waarde te kunnen schatten.” Op dat punt kwam helaas geen reactie.
Nu is het aan een omroep of redactie of en zo ja op welke toon men reageert op klachten, de Ombudsman kan daar geen oordeel over geven. Maar dat wat een journalistieke klachtencommissie schrijft over de inhoud van journalistiek handelen valt wel binnen de generieke spelregels van de Code Journalistiek Handelen. We schreven daar al eerder eens over, en ook onlangs nog.
Het gereedschap van de Ombudsman
Wij leggen een klacht langs de afspraken in de Code Journalistiek Handelen, die door alle omroepen in het bestel is ondertekend. Deze code bevat geen concrete normen voor het vaststellen van of oordelen over discriminatie of racisme in journalistieke uitingen. Andere journalistieke codes doen dat wel, zo zegt bijvoorbeeld de Global Charter of Ethics for Journalists (vroeger de Code van Bordeaux genoemd) in artikel 9: "De journalist ziet erop toe dat de door media verspreide informatie en meningen niet bijdragen aan haat of vooroordelen. De journalist zal al het mogelijke doen om discriminatie te voorkomen, op basis van geografische, sociale of etnische herkomst, ras, geslacht, seksuele voorkeur, taal, godsdienst, lichamelijke beperkingen en politieke of andere overtuigingen. "
De Ombudsman schreef enkele jaren geleden in twee onderzoeken die ook omroep ON! betroffen: “De Journalistieke Code zegt niets specifiek over racisme of discriminatie. Dat kun je een omissie vinden, maar iedere burger heeft zich aan de grondwet te houden, en die zegt er wel iets over: dat je burgers niet zult discrimineren. De vraag is dus of de Journalistieke Code een specifieke passage hierover zou dienen te hebben. Als we dan toch zouden sleutelen aan de code kies ik voor een passage in de code over het in journalistieke producties respectvol bejegenen van iedereen.” Wij zullen op het mogelijk discriminerend zijn van de video hier niet verder ingaan.
Welke afspraken in de code zijn hier dan mogelijk wél in het geding? Journalistieke publicaties en programma’s (nieuws- en achtergrondprogramma’s, maar ook opiniërende producties) dienen werkelijkheidsgetrouw en controleerbaar te berichten. Feiten en meningen dienen gescheiden en beweringen dienen onderbouwd te worden. Bij beschuldigingen moet de mogelijkheid tot weerwoord geboden worden. En in beginsel worden bronnen vermeld.
Scheiding feiten en meningen
De Ombudsman heeft omroep ON! al herhaaldelijk gewezen op het belang van dit aspect aan journalistieke producties: het duidelijk scheiden van feiten en meningen. Meestal betrof het dan uitzendingen van het programma Ongehoord Nieuws, een live programma met een talkshowachtig format. Dat dit format op zich kwetsbaar is voor een vermenging van meningen en feiten, hebben we al eens in brede zin beschreven. Het is dan de taak van de presentator om de scheiding extra te bewaken en door te vragen. Maar enkele maanden geleden schreven we ook al eens over een video op LinkedIn, waarin feiten en meningen onvoldoende van elkaar gescheiden werden.
Want video’s zoals degene waarover het publiek zich bij ons meldde, zijn geen talkshow. Wat deze video wel is, is niet direct duidelijk. De makers kiezen een journalistieke vorm: de reportage. Verder stelt het onderschrift op YouTube dat de medewerkers “op onderzoek” uitgaan, een journalistieke handeling. En de omroep omschrijft in de missieverklaring op de website de eigen producties als “programma’s vol opinie, debat en duiding”. Tezamen genomen toont de omroep hiermee in vorm, aanpak en doel ambities die in journalistieke termen gegoten worden. Het is dus niet onlogisch om deze video binnen een journalistiek kader en dus aan de hand van de Code Journalistiek Handelen te analyseren.
De video opent met een feitelijke constatering: “Maar liefst 92% van de inwoners van deze wijk heeft een migratieachtergrond.” En die klopt in voldoende mate, zij het dat er geen bron voor gegeven wordt. Volgens de code zou dat “in beginsel” wel moeten gebeuren. Bij zo’n specifieke feitelijke mededeling is dat echt beter en in dit geval niet zo moeilijk te doen zonder de lijn van je betoog hinderlijk te onderbreken.
Het percentage komt vrijwel overeen met wat officiële cijfers aangeven voor deze wijk over het aantal mensen met een migratieachtergrond (volgens de website www.allecijfers.nl zijn dat “mensen van wie ten minste één van de ouders in het buitenland is geboren, ongeacht hun eigen geboorteplaats”). Deze website baseert zich onder meer op cijfers van het CBS en zegt: “In 2025 was de herkomst van inwoners in de wijk Schildersbuurt als volgt verdeeld: herkomst uit Nederland: 9%, herkomst uit Europese landen: 10% en herkomst uit landen buiten Europa: 81%.” Cijfers van de gemeente Den Haag over 2024 lopen voor de drie onderscheiden delen van de wijk (noord, west en oost) uiteen van 88,3 tot 93,2 %. Een kleine toevoeging als ‘blijkt uit cijfers van het CBS’ was hier dus al voldoende geweest.
Dit is overigens wel zo’n beetje het enige controleerbare feit dat genoemd wordt. De video bevat in de dialoog allereerst veel gevoelens (“het voelt vijandig”, “het voelt absoluut niet als Nederland”, “dat je je al bijna bang voelt van straks wordt me iets aangedaan of zo”). Daarvan is duidelijk dat het geen feiten maar persoonlijke indrukken zijn.
Wie beweert, moet onderbouwen
Verder bestaat het gesprek uit een heel aantal beweringen. Daarvan noemen we er drie. Wat is er precies “duidelijk” als gezegd wordt: “het is duidelijk dat je hier gewoon niet meer thuishoort”? Dat mag je gevóel geweest zijn, maar een gevoel is geen bewijs. Kan bijvoorbeeld de opmerking dat de presentatoren volgens hen worden “aangestaard” als bewijs dienen? Of dat iemand niet wil antwoorden op een vraag? Als je met een camera en twee bekende gezichten over de markt zou lopen in pakweg Winschoten of Zierikzee, word je ook aangekeken. En ook daar zouden voldoende mensen zijn die je geen antwoord willen geven. Iedere journalist die ooit op een markt voxpops heeft moeten halen, weet dat een groot gedeelte van de mensen niet wil reageren. Dat is geen sluitend bewijs dat je ergens niet zou thuishoren.
Als tweede: wie opmerkt dat de wijk “totaal veranderd” is, zal gelijk hebben als je de wijk met vroeger vergelijkt. Maar wie stelt dat dat is gebeurd “onder invloed van open grenzen en omvolking” dient dat te onderbouwen. Over de betekenis van en de context die meekomt met de term ‘omvolking’ hebben we al vaker met de omroep gecorrespondeerd. En aangegeven dat je dit gezien de connotatie in een publicatie van journalistieke aard niet feitenvrij of zonder onderbouwing kunt stellen. Dat wordt door de omroep steeds bestreden. Maar wie beweert, moet onderbouwen.
Gebruik van het woord 'omvolking' in een journalistieke context vraagt om zorgvuldige onderbouwing. De term is geen neutrale demografische beschrijving, maar een term die regelmatig voorbijkomt in onbewezen complottheorieën. Het gaat bovendien om een term die vanuit het verleden beladen is. De term werd voor het eerst gebruikt in de late jaren twintig van de vorige eeuw als onderdeel van het ideologische plan van de NSDAP om de Slavische bevolking in veroverde oostelijke gebieden te germaniseren (Umvolkung). Later werd de term ook gebruikt door de Duitse demograaf en Nazi-functionaris Friedrich Burgdörfer om te waarschuwen voor het ten onder gaan van het 'Duitse ras'.
Academici benadrukken dat het gebruik van het begrip gevaarlijk kan zijn omdat het "antirechtstatelijk" is en indruist tegen het gelijkheidsprincipe. Journalisten zouden daarom op zijn minst moeten uitleggen waarom ze de term gebruiken en in welke context. En dat gebeurde hier niet.
Een derde voorbeeld van het ontbreken van onderbouwing is de passage waarin er op enig moment in het gesprek wordt gefluisterd en de presentatoren aangeven dat ze zich niet durven “hardop uit te spreken” dat ze zich “een vreemde” voelen, er zou hen wel eens iets kunnen worden “aangedaan”. Of het daadwerkelijk te gevaarlijk is om je hardop uit te spreken? Hier wordt een niet onderbouwd verband gelegd tussen je hardop uitspreken en fysieke veiligheid.
Noodzaak tot weerwoord
Is deze video – waarin gevoelens, interpretatie en suggestie de ruggengraat van het verhaal vormden – beschuldigend in de zin dat aan de marktkooplui, de bezoekers of de wijkbewoners een weerwoord gevraagd had moeten worden? Niemand werd rechtstreeks of met naam beschuldigd. Formeel was het geven van de mogelijkheid tot weerwoord daarmee niet vereist.
Maar de markt, de mensen en de wijk kregen wel zonder context of onderbouwing een negatief label opgeplakt. Zou het dan, als je op deze wijze generaliseert, op zijn minst niet zorgvuldig zijn om toch ook ruimte voor context en tegenspraak te maken? En was het item oprecht een journalistiek onderzoek geweest – men claimde “op onderzoek” te zijn – dan was het journalistiek ethisch, relevant én informatief geweest om hetzij tegenspraak dan wel nadere onafhankelijke bevestiging te zoeken.
Een opmerkelijk slot
Samenvattend: in deze video werden meerdere beweringen zonder onderbouwing gedaan. En de scheiding tussen die beweringen en wat de mening of interpretatie van de presentatoren is, werd niet altijd duidelijk gemaakt. Hiermee ging de video in tegen afspraken die de omroepen zelf in de Code Journalistiek Handelen hebben vastgelegd.
Maar tot slot willen we nog even terugkomen op de eerdere vraag wát de video waar het hier om ging nu eigenlijk precies voor journalistiek product was. Was het nieuws? Opinie? Een “impressie per video”, “het uitspreken van een demografisch verlangen” dat zou “mogen doorklinken binnen het levensbeschouwelijke profiel” van de omroep, zoals de klachtencommissie aan een van de klagers schreef? Een ander mailde ons dat de commissie “de reportage achteraf bestempelt als “op opinie gebaseerd” en als “sfeerimpressie”. Daarmee verschuift [de commissie] de discussie naar de vorm, zonder echt in te gaan op het punt dat het publiek dit gemakkelijk als een journalistieke reportage kan begrijpen.” Die kijker voegde er nog aan toe: “Ook voor opiniërende producties blijft overigens de verplichting bestaan om niet misleidend te zijn over feiten, begrippen en cijfers”. En dat klopt.
Ons viel op dat aan het slot van de video dát kwam wat men in de Amerikaanse journalistiek wel the kicker noemt: de uitsmijter. “Wij zijn als Ongehoord Nederland ook echt de enige omroep die dit soort onderwerpen aan de kaak durven te stellen. En ook dit openlijk durven te bespreken. Wil jij dat dit geluid blijft bestaan binnen de NPO? Steun ons dan. Wij kunnen dit niet zonder jou. Word lid van Ongehoord Nederland.”
De video eindigde dus met een oproep om lid te worden van de omroep. Keken we hier dan naar een ledenwerfspotje? Daarvoor gelden wettelijk aparte regels, en ledenwerving mag alleen bij hoge uitzondering ín het media-aanbod gestopt worden. Je kunt je hier afvragen in hoeverre het item primair bedoeld was als journalistieke productie dan wel als ledenwerfmateriaal. Vermenging van deze doelen kan spanning opleveren met journalistieke normen en het publiek op het verkeerde been zetten.
