Logo

Een On-the-record verhaal over het Off-the-record probleem

Silhouetten van mensen tijdens gesprek

Foto gemaakt door Bhavya Arora

14 april 2026

Er is geen film over de journalistiek of er komt wel een scène voorbij waar een bron 'off-the-record' informatie deelt met de journalist. Informatie die uiteindelijk cruciaal blijkt voor het onderzoek, of die de journalist in elk geval een flinke stap voorwaarts brengt. Ook in de dagelijkse praktijk zijn er vele bronnen die best iets willen delen, maar er dan nog snel bij zeggen dat het 'off-the-record' is. Iedereen kent het begrip, maar wat het in de praktijk precies betekent, is lang niet zo duidelijk.

Onlangs klom iemand in de pen en mailde de Ombudsman dat één van de omroepen de journalistieke regels overtreden had. Deze persoon had de omroepmedewerker die belde laten weten dat wat hij zei off-the-record was, en toch werd de informatie gepubliceerd. Zonder daarbij de bron te noemen, maar toch voelde de mailer zich verkeerd behandeld. Is de betrokken redactie de fout in gegaan? En in hoeverre mag off-the-record informatie eigenlijk gebruikt worden?

In de vakliteratuur

In het Handboek voor onderzoeksjournalisten uit 2025 lijkt er geen twijfel mogelijk: off-the-record betekent niet publiceren. "De verslaggever belooft de door de bron verstrekte informatie helemaal niet te publiceren, dus ook niet zonder naamsvermelding", zo staat te lezen in het hoofdstuk 'Bijzondere bronnen'. Naast off-the-record kent het handboek ook de categorie 'niet toeschrijven': daarbij mag de informatie wel gebruikt en gepubliceerd worden, maar mag niet expliciet vermeld worden waar ze vandaan komt. Samen met de categorie 'on-the-record' (de informatie mag gebruikt met de naam van de bron erbij) zijn er dus volgens het handboek drie verschillende smaken.

Die driedeling erkent ook Huub Evers, voorheen ombudsman van De Limburger en schrijver van het Handboek Journalistieke Ethiek. Hij onderscheidt de categorieën on-the-record, off-the-record en on background. Over off-the-record schrijft hij: "Het gaat dan om achtergrondinformatie, zodat de journalist bijvoorbeeld de context waarin iets wordt gezegd, beter begrijpt. Het kan ook inhouden dat de informatie wel mag worden gepubliceerd, maar niet met bron. Met andere woorden: 'Je hebt het niet van mij.'"

Evers gaat er in deze definitie dus vanuit dat er omstandigheden zijn waarbij off-the-record informatie toch in een publicatie terechtkomt. Die ruimte lijkt er ook te zijn in het veelgebruikte Handboek Journalistiek van Nico Kussendrager, al worden daar wel gevolgen aan verbonden: "Als je de geïnterviewde duidelijk laat weten dat iets off-the-record is en je publiceert het toch, dan heb je het probleem dat de geïnterviewde je misschien nooit meer te woord wil staan. Het zij zo."

Journalistieke codes

Wat de handboeken beschrijven, weerspiegelt zich ook, zij het niet altijd eenduidig, in de officiële journalistieke codes. Wie naar de Code Journalistiek Handelen van de publieke omroepen kijkt, ziet ook daar drie categorieën: voor publicatie, voor achtergrondinformatie en off-the-record. Wie deze drie naast de drie uit het handboek legt, ziet meteen een probleem. De categorie ‘on-the-record' uit het handboek komt overduidelijk overeen met de categorie ‘voor publicatie’ uit de code. De categorie ‘voor achtergrondinformatie’ uit de code lijkt echter te verwijzen naar wat het handboek voor onderzoeksjournalisten omschrijft als ‘off-the-record'. In het handboek staat namelijk: "De journalist houdt de informatie in zijn achterhoofd bij het opstellen van vragen en het bepalen van de invalshoek van zijn of haar verhaal, maar kan wat hij of zij heeft gehoord niet (…) aan het papier toevertrouwen."

Dat zou betekenen dat wat de code omschrijft als ‘off-the-record' overeenkomt met wat het Handboek voor Onderzoeksjournalisten de categorie 'niet toeschrijven' noemt. Hierover staat in dat handboek: "De journalist mag de informatie publiceren, maar niet rechtstreeks aan de bron toeschrijven." Dat dit ook op redacties zo wordt gehanteerd, blijkt onder andere uit de journalistieke code van NRC. Daarin staat: “’Off-the-record’ houdt in dat de verkregen informatie wel kan worden gebruikt (om te publiceren of nader te checken), maar zonder dat deze aan de bron wordt toegeschreven.”

Een vergelijkbare uitleg komt ook over de grens terug, in de richtlijnen van de Belgische Raad voor de Journalistiek. Daar staat: “Bij off-the-record informatie spreken ze af dat de journalist de informatie mag gebruiken en dat de bron niet geciteerd mag worden.” Interessant is daarnaast wat Wikipedia over de term vermeldt, aangezien mensen buiten de journalistiek daar vaak op terugvallen. Ook daar staat niet dat de informatie niet gebruikt mag worden, maar dat de bron niet herleidbaar mag zijn: "Off-the-record is een uitdrukking over het verstrekken van vertrouwelijkheden aan de pers. Kenmerk is dat de journalist de informatie doorgaans mondeling en vertrouwelijk verkrijgt en de informatiebron niet herkenbaar registreert noch publiceert."

Journalistieke ruis

Er zijn dus verschillende interpretaties mogelijk van wat off-the-record precies betekent. Zelfs binnen de omroepwereld bestaan twee stromingen: de één vindt dat informatie absoluut niet gepubliceerd mag worden, de ander dat dat juist wel mag, al is het dan geanonimiseerd. Dit laatste deed de omroep waarover geklaagd werd. Dat er binnen de publieke omroep ook redacties zijn die er een andere opvatting op nahouden, blijkt uit een podcast van BOOS (BNNVARA). Die redactie ging bewust niet met een bepaalde bron in gesprek, omdat ze de informatie dan toch niet zou kunnen gebruiken.

In de podcast zegt eindredacteur Marije de Roode: "Wat wij belangrijk vinden is journalistieke transparantie. Waar je dat gaat missen is als je een off-the-record gesprek gaat hebben. (…) Dan mogen wij dus niet dat quoten. Dan mogen we daar dus niks mee." Daar waar de ene omroep anoniem publiceert, kiest de andere er dus voor het gesprek überhaupt niet aan te gaan zodra de term off-the-record valt.

De Code Journalistiek Handelen creëert zo, door een gebrek aan uitleg over de precieze betekenis van de term, journalistieke ruis. Die ruis zorgt er bij geïnterviewden voor dat ze niet precies weten wat er met hun woorden kan gebeuren, en bij redacties dat ze niet weten wat ze wel en niet mogen doen met de informatie die ze op deze manier verkrijgen. Dat is onwenselijk, en een verduidelijking in de code zou dan ook welkom zijn.

Naast een scherpere definitie zou het bovendien goed zijn om als journalist tijdens een gesprek niet te volstaan met de term off-the-record, maar concreet te maken wat je wel of niet met de inhoud gaat doen. Ook het Handboek voor Onderzoeksjournalisten geeft die tip: "Wat wel mag, is nooit vanzelfsprekend en altijd afhankelijk van de afspraak die samen is gemaakt. Doe dat dus tijdens of direct na het gesprek." Het internationale persbureau AP formuleert het in zijn Values and principles: “Not everyone understands “off-the-record” or “on background” to mean the same things. Before any interview in which any degree of anonymity is expected, there should be a discussion in which the ground rules are set explicitly.”

Maak dus duidelijke afspraken over de status van de informatie die gedeeld wordt. De noodzaak daarvan blijkt niet alleen uit de ruis rondom de term off-the-record, maar ook uit de Code Journalistiek Handelen zelf. Daarin staat dat omroepmedewerkers "duidelijk zijn over hun bedoelingen en de aard van de publicatie, zodat de gesprekspartner voldoende geïnformeerd is om te beslissen of hij of zij mee wil werken." Het roepen van een term die voor meerdere uitleg vatbaar is, schiet daarbij tekort. Een omroepmedewerker zou heel specifiek moeten aangeven wat er met de verkregen informatie gaat gebeuren — en die afspraak moet gemaakt worden vóór het gesprek begint.

Conclusie

De kern van het probleem is simpel: de term 'off-the-record' volstaat niet op zichzelf. Zolang de term in handboeken, codes en op redacties een verschillende betekenis heeft, blijft de mogelijke bron in onzekerheid en de journalist in grijs gebied. De oplossing ligt niet per definitie in een eenduidigere omschrijving van de term, maar ook in het gesprek zelf. Wie als journalist duidelijk zegt wat hij wel en niet zal publiceren, nog voor het gesprek echt begint, geeft de bron echte keuzevrijheid en zichzelf journalistieke zekerheid.

Tweede Kamerverkiezingen 2025. Deel 5: politieke programma's zoeken aandacht van jongeren
Wat te doen met en ná een respectloos gesprek?
De onafhankelijke ombudsman en het goed gebakken journalistieke brood
Het gezicht van een tragedie
Labelen zolang de zon schijnt  
Schreeuw om aandacht
Deel deze pagina
Omroepen
AVROTROS