Dossier vergeten of genegeerd conflict: All Eyes On... maar op wie eigenlijk?

ANP
Volgens het Institute for Economics & Peace is het onvermijdelijk dat nieuws wordt beïnvloed door redactionele keuzes. Nieuwsmedia reageren op wat het publiek interessant vindt en maken aan de hand daarvan keuzes over wat ze wel of niet publiceren. Daarmee sturen ze ook, bewust of onbewust, hoe het publiek naar de wereld kijkt. Is er zo een vicieuze cirkel ontstaan waarin het nieuwsaanbod en de nieuwsconsumptie elkaar blijven versterken? Wordt er nog wel afgeweken van de onderwerpen die de aandacht líjken te trekken? En valt zo’n cirkel te doorbreken? In dit laatste artikel spreken we onder andere met de redactie van De Marker van omroep BNNVARA, een online platform dat zich inzet om buiten het standaard nieuwsaanbod te treden.
Juan Visser van De Marker (BNNVARA) begon in 2024 zijn videoserie “All Eyes On...” Hij deed dit om de conflicten die het nieuws niet (meer) haalden uit te lichten. Zoals Visser al eens eerder uitlegde: “Sommige crises zijn al zo lang bezig, dat ze in de ogen van westerse mensen geen ‘nieuws’ meer zijn. Ze halen de voorpagina’s niet meer. (...) of er nou tienduizend of twintigduizend doden zijn, maakt voor media vaak niet uit. Met deze serie willen we mensen updates geven en mensen bewust maken van wat er speelt.”
Een twijfelachtig nieuwscriterium
Wanneer is iets voor de (westerse) mensen dan wél nieuws? In het eerste artikel van dit dossier verwezen we naar enkele nieuwscriteria van het ANP. Eén van de nieuwscriteria luidt: Is het nabij en gaat het over mensen? Volgens psycholoog en communicatiewetenschapper Jaap van Ginneken besteden nieuwsmedia sneller aandacht aan crises die zich afspelen op plekken waar een vergelijkbare cultuur heerst. Sudan is niet nabij en heeft een cultuur die in meerdere opzichten verschilt van die van Nederland. Eén blik in een cultuuratlas levert al een heel aantal duidelijke verschillen op: zo is de Nederlandse maatschappij vergeleken met Sudan onder andere seculier, is het rechtssysteem in Nederland niet gebaseerd op de islamitische sharia, zijn er andere genderpatronen gebruikelijk, liggen de sociale relaties en conventies anders en heeft Nederland een geheel andere eetcultuur.
Cultuur en geografie spelen dus mee, zoals Elles van Gelder ook al aangaf in een ander artikel. Maar het tweede deel van het bovengenoemde criterium van de ANP (“gaat het over mensen?”) ligt dichter bij huis. De huidige crisis in Sudan gaat namelijk over mensen, heel veel mensen zelfs. Maar niet elk oorlogsslachtoffer krijgt dezelfde aandacht in de media. Twee datasets van de Global Peace Index tonen een discrepantie tussen de hoeveelheid media-aandacht die een conflict ontvangt en de omvang ervan, uitgedrukt in aantal doden. Het rapport van CARE uit 2025 concludeerde: “media-aandacht staat vaak los van de ernst van een crisis.”
Van Ginneken onderzocht hoe objectief of subjectief nieuwswaarden en -criteria eigenlijk zijn. In zijn boek Understanding Global News: A Critical Introduction stelt hij de lezer een interessante vraag, die wij hebben vertaald: “Is nieuws op zichzelf niet een enigszins willekeurige categorie, (...) omdat het uiteindelijk wordt bepaald door verborgen opvattingen over wat verwacht en onverwacht is, gewoon en buitengewoon, normaal en abnormaal?” De tegenstellingen in de vraag van Van Ginneken suggereren dat nieuws iets is wat afwijkt van de norm. Maar wat is deze norm? Van Ginneken betwijfelt of die op vaste, neutrale criteria berust.
Volgens Van Ginneken krijgen slachtoffers in de zogenoemde Derde Wereld (ontwikkelingslanden voornamelijk in Afrika, Azië en Latijns-Amerika) minder aandacht dan slachtoffers in de Eerste Wereld (geïndustrialiseerde westerse landen). Hoe invloedrijk en welvarend het land in oorlog is, heeft dus effect op de hoeveelheid berichten. De meest recente cijfers van 2023 uit de Global Peace Index 2025 laten zien dat van de vijf landen (Rusland, Azerbeidzjan, Libanon, Israël en Iran) die de meeste media-aandacht kregen per burgerdode er vier van deze vijf redelijk rijk tot rijk waren. De bijpassende grafiek laat zien dat slachtoffers uit welvarende landen omgerekend 100 keer meer media-aandacht kregen dan een vergelijkbaar aantal doden in een minder welvarend land. Ook krijgen burgeroorlogen, zoals die in Sudan, minder aandacht dan conflicten tussen verschillende staten.
De Marker luistert en bepaalt
Toch laat het gesprek met Juan Visser zien dat er wel degelijk publieke interesse bestaat in dit soort onderwerpen. Sommige video’s uit de serie All Eyes On.. kregen namelijk enorm veel views en positieve reacties, zowel online als offline, zegt Visser. “Zo stond ik ooit buiten op straat mensen te interviewen en kwamen er twee meisjes uit Sudan naar me toe die mij herkenden. Ze vertelden hoe goed ze het vonden dat wij een video over Sudan hadden gemaakt.” Visser is erg blij dat de video’s aansloegen, al kwam dat voor De Marker enigszins onverwacht. Hoe zeer ze het ook hoopten, waren ze op de redactie ergens bang dat de onderwerpen die ze wilden brengen te complex zouden zijn. “De onderwerpen waren erg geopolitiek en het zou wellicht een beetje kunnen aanvoelen als een geschiedenisles.” Maar Visser kwam erachter dat juist daar veel animo voor was.
Juan Visser met de aflevering over Sudan in zijn serie All Eyes On... Bron: tiktok, screenshot video. Klik op foto om naar de video te gaan.
Volgens Visser is het belangrijk om naar je publiek te luisteren, zeker nu het vertrouwen in de journalistiek historisch laag is. Bovendien heb je er ook echt iets aan, legt hij uit: “Zo komt het publiek bijvoorbeeld met thema’s en onderwerpen waar je zelf eigenlijk ook nog niets van afwist.” De Marker laat in de reacties op Instagram vaak ruimte voor verzoeken van kijkers. Op basis daarvan bepaalden ze met All Eyes On… bijvoorbeeld naar welke onderwerpen de vraag het grootst was en welke video’s dus de meeste urgentie hadden. Die video’s plaatsten ze als eerste, zegt Visser. Een aantal redactionele keuzes van De Marker hangt dus nauw samen met publieksinteractie. Toch benadrukt Visser wel dat de redactie van De Marker ook onderwerpen uitlicht waar niet naar wordt gevraagd maar die ze toch belangrijk vinden om over te vertellen: “Bij De Marker brengen we onderwerpen die we denken dat onze doelgroep wíl zien en onderwerpen waarvan we vinden dat onze doelgroep ze móét zien. Vaak komen die overeen, maar soms niet.”
Geen toegang, wel een verhaal
De Global Peace Index stelt dat het feit dat media-aandacht niet evenredig is verdeeld over verschillende conflicten ook te maken heeft met de zogenoemde Free Flow of Information (vrije informatiestroom). Zoals in ons eerdere artikel naar voren kwam, is het slecht gesteld met de persvrijheid in Sudan en wordt de informatiestroom daar gecontroleerd door de staat. Dit heeft dan ook invloed op in hoeverre er betrouwbare informatie naar buiten komt. Hier liep ook Visser tegenaan. De Marker werkt niet samen met verslaggevers ter plaatse, maar haalt haar informatie onder meer bij andere nieuwskanalen en experts vandaan. Maar als vakjournalisten in dit conflict al geen toegang hebben, wordt het uitlichten van een onderwerp geen eenvoudige opgave.
Visser legt uit hoe hij via alternatieve wegen aan informatie probeerde te komen. Zo struinde hij aan het begin van zijn onderzoek TikTok af, op zoek naar mensen die over de situatie vertelden. Om een volledig beeld te krijgen van wat er zich afspeelde in Sudan wilde hij erachter komen hoe de lokale bevolking de oorlog beleefde. “Het hoeft niet als bron gebruikt te worden, maar het kan helpen aan het begin van een onderzoek.” Zo ontdekte Visser dat veel grote media-organisaties veel minder aandacht besteedden aan wat op TikTok centraal stond: de etnische zuivering van de Masalit-bevolking.
Een begin van bewustzijn
Op de pagina van De Marker lees je: “Er is een aantal crises in de wereld die niet de voorpagina’s halen, terwijl onze aandacht juist zo veel kan betekenen voor de mensen daar.” Visser hoopt dat de video’s van All Eyes On… een begin kunnen zijn van een beter bewustzijn over wat er allemaal in de wereld plaatsvindt. Daarbij merkt hij op dat het helpt de situaties begrijpelijk te maken door ze op Nederland te betrekken, iets wat aansluit bij de opmerking van Abdou Bouzerda van Bureau Buitenland, die stelde dat het Westen bij Gaza veel meer "skin in the game" heeft dan bij Sudan en daarom meer aandacht naar Gaza uitgaat.
Visser is zich echter ook bewust van de beperkingen van het format dat ze gebruiken. “Onze video’s zijn te kort om onderwerpen veel nuance te kunnen geven (...) Al helemaal omdat er altijd een geschiedenis zit achter de actuele aanleidingen.” De Marker probeert de belangrijkste gebeurtenissen uit te lichten, maar is zich ervan bewust dat door de korte duur de aandacht soms nog tekortschiet. Visser hoopt dat hun video’s mensen in ieder geval bekend maken met de onderwerpen en dat ze een breder patroon kunnen blootleggen: “Er is altijd op een manier wel een neokoloniale invloed aanwezig.”
In april dit jaar duurde de oorlog in Sudan al drie jaar, terwijl de situatie volgens Amnesty International alleen maar is verslechterd. Volgens onderzoeker Van Ginneken komen de grootste mediaorganisaties uit westerse landen en richten zij zich daarom vooral op wat hun eigen publiek bezighoudt. Verhalen over mensen aan de zijlijn worden genegeerd. Toch laten de gesprekken met zowel Juan Visser als Elles van Gelder zien dat er vanbinnenuit wel degelijk wordt gezocht naar manieren om dit te veranderen. Zo probeert NOS-correspondent Van Gelder de stereotypes rondom Afrikaanse verslaggeving te ontmantelen, en ziet Visser mogelijkheden om met vernieuwende series publieksinteresses te "kweken."
In dit dossier legden we de uitdagingen bloot waarmee verschillende redacties te maken krijgen wanneer ze conflictjournalistiek bedrijven. Volgens Van Ginneken, en ook Van Gelder en Visser, is het belangrijk om berichtgeving over situaties op andere continenten niet te reduceren tot alleen de grote gebeurtenissen, maar om meer begrip te kweken voor de gewone bevolking. Maar Van Ginneken adviseert: “Laten we erkennen dat er honderden mechanismen zijn waarin een journalist ongewild verstrikt raakt en waaruit hij of zij zich niet gemakkelijk kan losmaken. Laten we het mogelijk maken om hierover te spreken, zonder dit altijd te zien als een aanval op de goede wil van de journalist." Want juist door nieuwskeuzes en de afwegingen daarachter transparant te maken, kunnen journalisten en publiek samen beter begrijpen waarom het ene conflict wél het nieuws haalt en het andere niet.
Artikel 1: Onderzoek naar de ‘onzichtbare’ crisis in Sudan
Artikel 2: De obstakels van oorlogsjournalistiek in Sudan
Artikel 3: Hoe verdeelt de NOS de aandacht in het achtuurjournaal?

