Wanneer het vizier niet open kan

Bart Jochems
Van journalisten wordt verwacht dat ze optreden met open vizier: je zegt wie je bent en waar je voor komt. Behalve in heel uitzonderlijke gevallen. De Code Journalistiek Handelen zegt het met zoveel woorden. Maar moet dat dan ook gelden voor het publiek dat op producties reageert of erover klaagt? Van ingezonden-brievenschrijver aan de krant tot mailer aan de Ombudsman: kan die wel anoniem of vermomd blijven?
Het is niet vaak de pagina in de krant die de meeste aandacht trekt: die met de ingezonden brieven. Maar onlangs kwam de rubriek in De Telegraaf vol in de schijnwerpers te staan toen een Volkskrant-columnist schreef over een nogal bijzondere brief op die pagina van een niet te traceren afzender. Dat zou betekenen dat de krant “een brief onder pseudoniem publiceert, of de brief zelf geschreven heeft,” schreef de columnist, en de krant zou daarmee bijdragen aan het creëren van maatschappelijke onvrede. De Telegraaf-hoofdredactie gaf vervolgens aan dat deze persoon wel zou bestaan maar dat diens brieven onder pseudoniem gepubliceerd zouden zijn.
Daarop vroeg de Volkskrant-ombudsvrouw zich af: wat doen wij eigenlijk zelf? “Wie deelneemt aan het publieke debat, moet ook op zijn standpunten aangesproken kunnen worden, is de overtuiging van de hoofdredactie,” schreef deze. Een ingezonden brief wordt daar dus niet anoniem of onder pseudoniem geplaatst, al gaat het een enkele keer ook bij haar krant mis. Een opiniebijdrage mag alleen onder hoogst uitzonderlijke omstandigheden onder pseudoniem in de krant. Bijvoorbeeld als iemand in fysiek gevaar zou komen door het geleverde artikel, zoals het geval had kunnen zijn bij een Iraanse academicus in maart dit jaar.
Team Ombudsman wil ook wel in de spiegel kijken. Want wij stellen dat je bij ons alleen kunt klagen met naam en rugnummer. We gaan niet aan de slag met anonieme mails of berichten waarvan onvoldoende duidelijk is wie de afzender is. Onze automatische ontvangstbevestiging zegt al dat anonieme klachten (en scheldpartijen) niet behandeld worden. En mocht Kees mailen met een inhoudelijk relevante klacht maar vanaf kees@kees.nl, dan kan Kees een mailtje krijgen met de vraag wie Kees is. Anders wordt de klacht van Kees alleen in de statistieken opgenomen, maar niet doorgezonden of behandeld.
Omgekeerde wereld?
Maar wat gebeurt er als een mail wel onder naam en toenaam bij ons komt? Wij moeten klachten eerst doorsturen aan omroepen of programma’s, zodat deze eerst zelf kunnen proberen er met een klager uit te komen. Dat staat in onze procedure. Dan moeten we enkele – zij het minimale, maar toch – persoonsgegevens meesturen: naam en mailadres. Voor de correcte uitvoering van onze taak mag dat, heeft de Autoriteit Persoonsgegevens ons een paar jaar geleden gemeld. Die gegevens delen we immers alleen met de betrokken omroep of het programma met het doel dat communicatie op gang kan komen, en het staat bij onze klachtenprocedure toegelicht en op de privacypagina aangegeven.
Maar geven we dan niet toch heel veel openheid aan derden over wie er zich bij ons meldt? Kan dat sommige klagers niet schaden? We meldden het voor het eerst in ons Jaarverslag van 2022: mensen schreven ons dat ze niet wilden dat hun gegevens gedeeld zouden worden met de omroep waarover men klaagde. Uit angst voor consequenties, een enkeling gaf aan ervaring te hebben met vervelende reacties of zelfs met ‘doxing’ (het zonder toestemming openbaar maken van persoonlijke gegevens). Zou de Ombudsman dat dan niet ook doen door gegevens ‘zomaar’ te delen met anderen?
Dat het nooit ‘zomaar’ gebeurt moge duidelijk zijn, maar het schuurde toch en we schreven toen: “Het voelt als een verlies als sommige mensen zich niet veilig genoeg voelen om te klagen over een omroep die onderdeel is van het publieke bestel. Het bestel ís van het publiek, van de Nederlandse samenleving, en het brede publiek zou zich bij álle publieke omroepen betrokken moeten willen en kunnen voelen.” Daarin was in 2022 bij een deel van het publiek dus angst of aarzeling geslopen.
Voorzichtig vooruitblikkend voegden we toe wel te zullen nadenken over de strakheid waarmee we de regel ‘geen naam, geen klacht’ hanteerden. Want “als in de toekomst zou blijken dat door deze voorwaarde belangrijke journalistiek-ethische issues of schendingen van de journalistieke code niet voor behandeling in aanmerking kunnen komen, moeten we dan de mogelijkheid geven dat persoonsgegevens alleen bij Team Ombudsman bekend blijven?”
Bij hoge uitzondering
We hoopten vier jaar geleden nog dat de angst voor het delen van bepaalde gegevens met publieke omroepen zou verdwijnen. Maar dat was een illusie: de verzoeken om anonimiseren van klachten blijven komen. En dus zullen we nu toch besluiten om in de toekomst in specifieke gevallen een klacht anoniem door te zenden. Dat zullen we ook niet ‘zomaar’ doen. De Ombudsman zal altijd naam en toenaam moeten weten. De klacht moet niet lichtvaardig maar waardevol en relevant zijn. Waarom anonimiteit gewenst is, zal moeten worden onderbouwd en die mogelijkheid zal in ons klachtenformulier opgenomen worden. Alleen bij hoge uitzondering zal het open vizier naar één kant dicht mogen.
Wij hebben zelf in onze openbare publicaties nooit namen of andere gegevens van klagers vermeld. Dit in tegenstelling tot wat veel van onze buitenlandse ombudscollega’s doen. Die publiceren standaard de naam van een klager bij de behandeling op hun website of in de krant, ook als dit een ‘gewone’ burger is. Zie bijvoorbeeld de website van onze collega bij CBC/Radio Canada. Internationale collega’s nemen die persoonlijke gegevens juist alleen bij hoge uitzondering niet op in openbare publicaties. Vergeleken daarmee was de Nederlandse Ombudsman voor de publieke omroepen altijd al een gesloten boek.
Alleen als we klachten van publieke figuren of organisaties krijgen, óf wanneer het weglaten van een naam tot potsierlijke taferelen zou leiden omdat iemand zichzelf al publiekelijk bekend heeft gemaakt, zullen we op onze website namen vermelden. Anders blijven die onder ons. Maar wat ook blijft staan is dat u bij ons alleen met naam en rugnummer door de brievenbus komt. Want net zoals we in de journalistiek het nieuws niet moeten verzinnen, moeten we ook ons mailende publiek niet bij elkaar fantaseren.
