Grote cijfers, kleine onderbouwing

ANP
Grote cijfers en grote vragen kwamen voorbij in een uitzending van Ongehoord Nieuws. Maar werd er wel echt gezocht naar het antwoord op die vragen? En klopten de cijfers wel met wat erover gezegd werd? Een kijker zocht het antwoord bij de Ombudsman toen het antwoord van de omroep zelf volgens de kijker tekortschoot.
In het kort:
-In een uitzending van Ongehoord Nieuws werden verschillende beweringen gedaan over het migratiesaldo en de voorrang van statushouders op de woningmarkt. Die beweringen werden niet onderbouwd. Ook werd er onvoldoende onderscheid gemaakt tussen feiten en meningen. Daardoor werd het publiek journalistiek te kort gedaan.
-Veel van wat misging in deze uitzending werd al eerder geconstateerd in analyses over uitzendingen van de talkshow van Ongehoord Nederland.
Wat is de werkelijke reden voor het woningentekort in Nederland? Die vraag krijgt de kijker voorgelegd in de uitzending van Ongehoord Nieuws van 14 oktober 2025. Maar het antwoord op die vraag miste onderbouwing en er werden dingen gezegd die niet kloppen. Dat was althans wat een kijker aan de Ombudsman liet weten. De klacht over de uitzending ging eerst naar de omroep in de hoop dat zij er samen uit zouden komen. Dat bleek niet het geval, onder andere door hoe de omroep met klachten om gaat.
De klachtencommissie
Waar klachten bij andere publieke omroepen doorgaans rechtstreeks of indirect door de redactie of hoofdredactie worden afgehandeld, krijgen kijkers met vragen of klachten bij Ongehoord Nederland al geruime tijd vooral antwoord van een klachtencommissie. In de communicatie met deze commissie is vaak niet duidelijk of de redactie bij de beantwoording van klachten wordt betrokken.
Zo blijkt vaak niet of er navraag is gedaan bij redacteuren die verantwoordelijk waren voor de betreffende uitzending. De reacties hebben daardoor regelmatig een speculatief karakter en wekken soms de indruk dat de klachtencommissie de redactionele keuzes niet volledig onderschrijft. Een transparante uitleg van de gemaakte journalistieke keuzes blijft geregeld uit, en het is onduidelijk in hoeverre signalen uit klachten structureel bij de redactie of hoofdredactie terechtkomen. Ook in dit geval leidde het contact met de omroep niet tot een bevredigend antwoord voor de kijker die contact zocht met de Ombudsman en was extra onderzoek nodig.
Een herhaald advies
Veel van wat in dit onderzoek wordt vastgesteld, is niet nieuw. In de afgelopen maanden heeft de Ombudsman herhaaldelijk aan de redactie van Ongehoord Nederland teruggekoppeld dat het onderscheid tussen feiten en meningen scherper moet worden gemaakt en dat voor het publiek helder moet zijn waarop stevige beweringen zijn gebaseerd. Alleen wanneer bronnen controleerbaar zijn en journalistieke keuzes worden toegelicht, kan het publiek de waarde van uitspraken in een uitzending van een publieke omroep goed inschatten.
Bovenstaande is te herleiden uit de Code Journalistiek Handelen, de ethische regels waar alle landelijke publieke omroepen voor getekend hebben. Het is dit document dat de basis vormt voor de onderzoeken die de Ombudsman doet. Het zijn geen regels die de Ombudsman bedenkt, maar die de omroepen zelf hebben vastgelegd. Als de Ombudsman vervolgens onafhankelijk onderzoek doet aan de hand van die code, mag je verwachten dat de omroepen serieus aan de slag gaan met de adviezen die er gedaan worden na zo'n onderzoek.
Op de website van de Ombudsman staan veel voorbeelden van waar het beter had gekund bij de journalistieke producties van de verschillende publieke omroepen. Daarbij komen alle omroepen die journalistieke programma's maken voorbij. Redacties nemen de adviezen over het algemeen ter harte en dus zijn het vaak incidenten waar ook de journalisten van geleerd hebben. Zelfs als ze het niet 100% eens zijn met de analyse van de Ombudsman.
Maar wat als een redactie keer op keer tegen afspraken in de code ingaat? En er niets gedaan wordt met de adviezen van de Ombudsman? Dan is dit wel degelijk een probleem. Zelfregulering in de journalistiek kan alleen bestaan als redacties ook aan zelfreflectie doen.
Niet onderbouwde cijfers
De kijker schreef aan de Ombudsman dat in de uitzending van 14 oktober een video getoond werd waarin beweerd werd dat “uw nakomelingen straks zullen wonen in een land met tientallen miljoenen inwoners, voornamelijk migranten.” De door de kijker geciteerde zin zit in de openingsvideo van het item over woningtekort en migratie en volgt op de constatering dat er zo'n 400.000 woningen te weinig zijn. Daar worden in de video meerdere oorzaken voor genoemd: dat er te weinig gebouwd zou zijn na de kredietcrisis, door de opkomst van éénpersoonsgezinnen en “de enorme toename van migratie”.
Er wordt geen onderbouwing gegeven voor de vrij concrete uitspraak in de video die de kijker citeerde. Niet in de video zelf, maar ook niet in het studiogesprek dat er op volgt. Er worden geen cijfers getoond over toekomstige bevolkingsomvang (“tientallen miljoenen”), geen scenario’s van CBS, Planbureau of Rijksoverheid, en geen bron genoemd voor de stelling dat die toekomstige bevolking zou bestaan uit “voornamelijk migranten”.
De hierboven genoemde klachtencommissie kwam in een mail aan de kijker en aan de Ombudsman toch met een onderbouwing: “Voor de exacte onderbouwing van dat getal, verwijzen wij door naar het boek De Migratiemagneet, geschreven door wiskundige en antropoloog, Dr. Jan van de Beek.” Hiermee komt er dus alsnog een bronvermelding, maar die wordt enkel met deze individuele kijker gedeeld. De rest van het publiek moet raden dat dit boek als onderbouwing gebruikt wordt.
Dan is de vraag of in dit boek inderdaad onderbouwing te vinden is voor deze stelling. In het boek zijn verschillende scenario's uitgewerkt waarbij sprake is van een flinke groei van de bevolking. Het scenario waarbij uitgegaan wordt van een stevige stijging van het immigratiesaldo wordt uitgewerkt in het hoofdstuk Bevolkingssamenstelling. Van de Beek gaat daarin uit van een jaarlijks migratiesaldo van 150 duizend mensen. Dat is dus alle mensen die nieuw binnenkomen min iedereen die wegtrekt.
In dit scenario zou de Nederlandse bevolking volgens Van de Beek door kunnen groeien tot ongeveer 30 miljoen personen. Een groot gedeelte van die 30 miljoen heeft een migratieachtergrond (60%) en een minderheid is autochtoon of deels autochtoon (40%). Ruwweg hebben we het dus over 18 miljoen migranten. Daarbij is een migrant volgens de definitie van Van de Beek iedereen die zelf geboren is buiten Nederland, maar ook alle generaties daarna tenzij ze minstens één ouder hebben die als autochtoon kan worden gezien.
Dit scenario lijkt de uitspraak in de uitzending deels te ondersteunen: er komen flink wat nieuwe Nederlanders bij en volgens Van de Beeks definitie bestaat de bevolking dan inderdaad voor een meerderheid uit mensen met een migratieachtergrond. Opmerkelijk is wel wat de auteur van het boek Migratiemagneet zelf zegt over het scenario. Op pagina 375 noemt hij het “absoluut geen toekomstvoorspelling, maar de getalsmatige uitwerking van een als-dan-redenering".
In het rapport Grenzeloze Verzorgingsstaat, waarvan Jan van de Beek één van de auteurs was, wordt ook geschreven over het aandeel van migranten op de totale toekomstige bevolking van Nederland. Daarbij baseert men zich op de CBS-prognose voor 2060. Volgens die prognose groeit de bevolking naar een totaal van 19,6 miljoen. Het aantal mensen met een migratieachtergrond zou daarbij uitkomen op 7,6 miljoen (39% van de bevolking). Je kunt zeker beargumenteren dat dit een hoog aandeel is, maar de uitspraak “tientallen miljoenen inwoners, voornamelijk migranten” is feitelijk onjuist.
Het enige scenario waarin de uitspraak die gedaan wordt in de video klopt is als je uitgaat van het meest extreme scenario dat in dat rapport wordt genoemd. Daarin zou de Nederlandse bevolking groeien tot ruim 100 miljoen inwoners in 2100 met een jaarlijkse migratie van zo'n 2 miljoen per jaar. Dit zou dan bewust gedaan worden om zo door middel van immigratie de vergrijzing tegen te gaan. Dit wordt echter, ook door de auteurs, als volstrekt niet realistisch gezien.
Noch het boek noch het eerdere onderzoek worden in de uitzending genoemd. Ook de nuancering die in boek en rapport voorkomen zijn niet in de uitzending terug te vinden. Het publiek had moeten weten waar de cijfers vandaan kwamen en of het hier om een realistisch scenario ging. Dat alleen de klager enige onderbouwing te zien krijgt, is journalistiek gezien onvoldoende. De Code Journalistiek Handelen stelt immers: "In producties worden in beginsel de bronnen vermeld." Ondanks de claim van de klachtencommissie dat er een bron was, is deze niet in de uitzending zelf genoemd.
Feiten, meningen en beweringen
Zonder een goede onderbouwing is het voor een kijker moeilijk om de bewering uit de uitzending van Ongehoord Nieuws op waarde te schatten. Worden hier feiten gepresenteerd? Gaat het om een mening? Of zit het er ergens tussenin? Dat geldt ook voor een tweede fragment waar de kijker over viel. Hij schreef aan de Ombudsman en de omroep: “In het verlengde hiervan beweert presentator Raisa Blommestijn in de studio dat 'statushouders die hier niets te zoeken hebben' overal voorrang krijgen. Dit is uiteraard onjuist omdat statushouders juist de status hebben van recht op verblijf. Het aantal van 1,5 miljoen mensen dat ze vervolgens noemt is ook onjuist in deze context.”
Hier worden dingen aan elkaar geknoopt die volgens de kijker mogelijk niet bij elkaar horen. Om dit goed te analyseren zullen we ze uit elkaar trekken. Om te beginnen het getal van 1,5 miljoen. In de uitzending draait het om de oorzaken van het woningtekort in Nederland. In het gesprek ligt de focus op migratie en wordt er op een bepaald moment letterlijk gezegd: “In de afgelopen 15 jaar zijn er 1,5 miljoen mensen hier naartoe gekomen. Dit zal inderdaad allemaal niet meehelpen, het feit dat er te weinig gebouwd is, ook met dat stikstofslot, zal ook allemaal niet meehelpen, maar dan nog. We hebben te maken met anderhalf miljoen mensen extra die ook nog eens vaak voorrang krijgen op de woningmarkt. Dus natuurlijk, dit zal ongetwijfeld een rol spelen, maar dat staat in schril contrast nogmaals tot die anderhalf miljoen mensen die er gewoon bij zijn gekomen. Dat is gewoon de nummer één oorzaak.”
De suggestie wordt dus gewekt dat er anderhalf miljoen mensen naar Nederland zijn gekomen. Aan de tafel wordt immers gezegd dat er 1,5 miljoen mensen "hier naartoe gekomen” zijn. Die suggestie wordt nog eens versterkt doordat in hetzelfde gesprek een video voorbijkomt uit de Tweede Kamer waarin de fractievoorzitter van Forum voor Democratie de volgende vraag stelt: “Heeft het er ook iets mee te maken dat in de afgelopen 15 jaar er anderhalf miljoen mensen netto naar Nederland zijn gekomen? Dat de bevolking daardoor is gegroeid en dat je dus meer woningen nodig hebt dan 15 jaar geleden?”
Dat er 1,5 miljoen mensen (netto) naar Nederland gekomen zijn wordt op verschillende momenten in het gesprek gebruikt als een vaststaand feit. Nergens wordt aangegeven waar dit cijfer vandaan komt. Niet in de getoonde fragmenten, maar ook niet in het gesprek aan tafel. Ook in de mail van de omroep aan de kijker zit geen uitleg over het cijfer. Op wat men wel mailde komen we later nog terug.
Een voor de hand liggende bron
Het publiek mag ervan uitgaan dat wat de omroepen melden in journalistieke programma's gecheckt is en dus te onderbouwen. Immers, in de Code Journalistiek Handelen staat: “Omroepmedewerkers berichten waarheidsgetrouw, de informatie klopt. De producties zijn controleerbaar en worden gecheckt.” Als een omroep echter geen enkele onderbouwing geeft op zo'n essentieel onderdeel van een gesprek is dat reden om te proberen te reconstrueren waar iets vandaan komt.
De meest voor de hand liggende bron voor de informatie is het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat houdt onder andere bij hoeveel mensen er jaarlijks bijkomen (immigratie) en hoeveel er weggaan (emigratie). Trek je de emigratie af van de immigratie dan krijg je het zogenoemde migratiesaldo. Dit is wat er netto gebeurt met de bevolkingsomvang door immigratie en emigratie. Dat migratiesaldo schommelt flink in de afgelopen 15 jaar, blijkt uit de cijfers.
Zo was er in 2022 een enorme piek in het migratiesaldo met een plus van 223-duizend. Tien jaar eerder ging het 'slechts’ om bijna 14-duizend. Tel je al die jaren bij elkaar op dan kom je over de afgelopen 15 jaar op een totaal van net iets minder dan 1,2 miljoen. Lager dus dan de 1,5 miljoen waar in de uitzending van Ongehoord Nieuws over werd gesproken (zie bijgevoegde tabel). Kijk je naar de totale bevolkingsgroei (dus inclusief natuurlijke bevolkingsgroei door geboorte) dan kom je dichter in de buurt bij het genoemde getal.
|
Jaar |
Migratiesaldo (x 1000) |
Bevolkingsgroei (x1000) |
|
2010 |
33,1 |
80,8 |
|
2011 |
29,8 |
74,5 |
|
2012 |
13,9 |
49,2 |
|
2013 |
19,1 |
49,7 |
|
2014 |
35,1 |
71,4 |
|
2015 |
55,1 |
78,4 |
|
2016 |
79,2 |
102,4 |
|
2017 |
80,7 |
99,6 |
|
2018 |
86,4 |
101,1 |
|
2019 |
108 |
125,4 |
|
2020 |
68,4 |
67,3 |
|
2021 |
107,2 |
115,3 |
|
2022 |
223,8 |
220,6 |
|
2023 |
137,4 |
131,7 |
|
2024 |
109,1 |
102,6 |
|
Totaal |
1186,3 |
1496,9 |
Concluderend zou je kunnen zeggen dat het ook met de CBS-cijfers in de hand klopt dat er 1,5 miljoen mensen bij zijn gekomen in 15 jaar tijd. Wat niet klopt volgens deze cijfers is dat dit alléén door immigratie komt. De correcte formulering zou zijn geweest dat er 1,5 miljoen inwoners bij zijn gekomen. Dat dit was waar het getal op slaat, had in de uitzending onderbouwd moeten worden. Nu zou een kijker het idee kunnen hebben dat het hier gaat om 1,5 miljoen immigranten, en dat is feitelijk (volgens de openbaar toegankelijke cijfers) niet juist.
Voorrang op de woningmarkt
Het getal van 1,5 miljoen komt, zoals gezegd, vaker voorbij in de uitzending. Ook in combinatie met mensen die voorrang hebben op de woningmarkt. Zo zegt Blommestijn in de uitzending: “Nogmaals, anderhalf miljoen mensen erbij. Die krijgen ook nog eens heel vaak voorrang.” De suggestie die hier gedaan wordt is dat er sprake is van een flink deel dat voorrang krijgt. Ook dit wordt niet onderbouwd en dat had volgens de afspraken in de Code Journalistiek Handelen wel moeten gebeuren.
Laten we als gedachtenoefening toch proberen of we het kunnen onderbouwen. In Nederland krijgen vooral mensen met een urgentieverklaring, mensen die dakloos dreigen te worden, uit opvang of zorginstelling doorstromen, ouderen en mensen met een beperking voorrang op een (sociale) huurwoning. Maar dus ook statushouders. En dat is waar het in de uitzending van ON om draait. Van de genoemde 1,5 miljoen is dus ruwweg 1,2 miljoen mensen immigrant. Het gaat daarbij niet enkel om asielmigratie maar ook om Nederlanders die terugkomen, studiemigratie en arbeidsmigratie.
In Nederland kunnen alleen asielmigranten die van de IND een asielvergunning (verblijfsvergunning asiel) hebben gekregen, uiteindelijk statushouder worden. Andere migranten, zoals arbeids- of studiemigranten, kunnen geen statushouder worden en vallen daarom niet onder de groep die voorrang heeft op de woningmarkt. Volgens de cijfers van het CBS kom je tussen 2010 en 2024 uit op 293.275 statushouders. Dat is dus zo'n 20% van de 1,5 miljoen aan bevolkingsgroei. Als je kijkt naar de totale groep aan immigranten in diezelfde periode gaat het om 24,7% die voor voorrang in aanmerking zou komen. Dat omschrijven als “heel vaak voorrang” kan, maar het had op zijn minst gespecificeerd moeten worden.
Statushouders "die hier niets te zoeken hebben”
Het laatste onderdeel van de uitspraken in de uitzending waar de kijker over viel is de uitspraak "die hier niets te zoeken hebben” als het over statushouders gaat. Dit is een uitspraak die je op verschillende manieren zou kunnen interpreteren. De kijker vindt dat dit feitelijk niet klopt omdat statushouders niet voor niets een verblijfsvergunning hebben gekregen. Dit zou je kunnen zien als een soort bewezenverklaring vanuit de IND dat deze mensen hier wel degelijk iets te zoeken hebben. Bijvoorbeeld omdat je in je land van herkomst vervolgd zou worden op basis van geloof, politieke overtuiging of ras. Wat je hier zoekt is veiligheid.
Je kunt de uitspraak in de uitzending van ON echter ook anders interpreteren. Namelijk dat de asielzoekers die veiligheid ook elders hadden kunnen zoeken. Deze uitspraak kan dan ook gekwalificeerd worden als een mening. Dat het hier om een mening gaat en niet om een vaststaand feit is echter niet direct duidelijk. Een gerichte vraag van de presentator had dit kunnen verhelderen. Mocht het niet om een mening gaan, dan was onderbouwing noodzakelijk.
Opmerkelijk is wat de omroep aan de klager schreef over de uitspraken van vaste gast en medewerker Blommestijn. De klachtencommissie schreef u: “Wat Raisa erover zegt moet u dus niet zien als een definitieve en eenduidige verslaggeving van DE waarheid, maar als een uitsnede van hoe deze kwestie momenteel wordt ervaren in de samenleving.” Dat wat als feitelijke informatie naar voren werd gebracht in de uitzending moet volgens de klachtencommissie achteraf dus niet als zodanig worden gezien. Het was slechts het verwoorden van een ervaring. Deze nadere kadrering heeft de rest van het publiek moeten missen.
Het gesprek
De insteek van het gesprek is volgens de presentator een journalistiek feitelijke presentatie of onderzoek over het oplossen van het tekort aan woningen. Hij kondigt het gesprek immers aan met de volgende woorden: “Maar wat is nou de echte oorzaak hiervan en hoe lossen we het op?” Daarmee mag je als kijker verwachten dat er met een brede blik gekeken gaat worden naar de verschillende oorzaken die er zijn. En hoewel ook kort het niet bouwen van nieuwe woningen wordt genoemd en het zogenoemde ‘verdunnen’ van gezinnen, draait het in het gesprek dat volgt vrijwel volledig om het effect van immigratie op de woningmarkt.
De journalistiek feitelijke presentatie of het onderzoek is echter niet wat de kijker uiteindelijk krijgt. Naast de presentator zitten er nog twee medewerkers van omroep ON als gast in de studio. De derde gast is de hoofdredacteur van het online platform NieuwRechts. Geen van hen is expert op het gebied van de woningmarkt, waarom nou juist zij geschikt zouden zijn om de hierboven opgeworpen vraag van de presentator te beantwoorden is niet duidelijk. Het staat een redactie vrij om uit te nodigen wie men wil, dit is onderdeel van de redactionele autonomie. Maar voor het publiek zou het goed zijn om de gasten van iets meer context te voorzien. Een advies dat de Ombudsman de redactie al meermaals gaf. Alleen zo kan het publiek dat wat er gezegd wordt op waarde schatten.
Ook de gasten geven niet aan waarop ze baseren wat ze zeggen. Alleen de hoofdredacteur, hier in zijn rol als gast, geeft zo nu en dan enige nuance of tegengas, maar veel spreektijd daarvoor krijgt hij niet. Door de samenstelling van de tafel en de inhoud van het gesprek zelf wordt de kijker journalistiek gezien te kort gedaan.
Conclusie
De uitzending van Ongehoord Nieuws van 14 oktober 2025 voldeed op meerdere punten niet aan de basisprincipes van de Code Journalistiek Handelen. Feiten, meningen en beweringen liepen door elkaar en belangrijke uitspraken werden niet onderbouwd met controleerbare bronnen. Daarmee werd het publiek journalistiek gezien tekortgedaan.
Publieke journalistiek vraagt om transparantie, bronvermelding en een kritische houding naar zowel de buitenwereld als het eigen functioneren. De kijker moet erop kunnen vertrouwen dat informatie wordt gecontroleerd voordat die wordt uitgezonden. Wanneer beweringen feitelijk worden gepresenteerd zonder verifieerbare basis, verliest het publiek zicht op de waarde van wat wordt gezegd.
Zelfregulering binnen de journalistiek veronderstelt dat redacties kritiek serieus nemen en zichtbaar leren van eerdere uitspraken van de Ombudsman. De redactie van Ongehoord Nederland heeft hier nog een belangrijke stap te zetten: door bronnen in de uitzending zelf te benoemen, cruciale cijfers te onderbouwen en voor het publiek helder te markeren wat feit is en wat duiding of mening. Ook, of misschien wel juist, in een uitzending die opiniërend van aard wil zijn. Alleen dan kan het beoogde geluid volwaardig een plaats innemen binnen het journalistieke bestel, zonder dat de gedeelde professionele afspraken over betrouwbaarheid en transparantie worden losgelaten.
