Logo

Wat te doen met en ná een respectloos gesprek?

21 maart 2026

De Ombudsman was een van de geadresseerden van een open brief over een interview met een documentairemaker in de uitzending van Ruud de Wild (PowNed) op NPO Radio 2. “Tijdens dit gesprek werd zij én de Chinese gemeenschap in Nederland geconfronteerd met stereotypen en ongefundeerde insinuaties, onder meer over babi-pangangsaus,” stond in de brief. Er werd gewezen op het niet naleven van afspraken over een zorgvuldige journalistieke werkwijze in de Code Journalistiek Handelen. En er werd gevraagd om openbare excuses en discussie binnen de publieke over een “institutionele, systemische culturele bias”.

De Code Journalistiek Handelen die het gereedschap is van de Ombudsman bij onze analyses heet niet voor niets zo. Eenieder mag zich in Nederland journalist noemen, het is geen beschermd beroep.

In de code wordt de term ‘omroepmedewerker’ gebruikt, niet ‘journalist’. Ook een harde grens van wat wel of niet een journalistiek programma is, valt niet altijd te trekken. Een onderscheid maken tussen een ‘puur’ of ‘(net?) niet puur’ journalistiek programma is dan ook weinig zinnig. Wij onderzoeken aan de hand van de code het voorkomend journalistiek handelen in een maakproces en met die blik kijken we naar de uitkomst. Niet alles in het gesprek waarover de briefschrijvers klaagden valt binnen dat journalistiek handelen.

Redactionele autonomie

In de Code Journalistiek Handelen staat allereerst dat omroepen vrij zijn in wat ze produceren. Het is een bepaling die ook terug te vinden is in de Mediawet. Deze redactionele vrijheid is verder verankerd in jurisprudentie en geeft een omroepmedewerker de mogelijkheid om zelf te kiezen waarover hij of zij bericht en in welke vorm. Het pluriforme bestel dat we hebben in Nederland geeft ledenomroepen zoals PowNed bovendien de gelegenheid, zelfs de specifieke opdracht, om dat te doen vanuit een bepaalde maatschappelijke opvatting. Om zo in het totale bestel de gehele samenleving te representeren. 

Als een medewerker van een omroep op een bepaalde manier (bijvoorbeeld weinig inhoudelijk) zou willen berichten over een onderwerp, dan is dat formeel een keuze die hij of zij mag maken. Of die keuzevrijheid tot berichtgeving leidt waarvoor je als publieke omroep wilt staan, is uiteraard iets anders en per geval verschillend.

Journalistieke normen

De briefschrijvers stelden dat “een goede voorbereiding van makers, transparantie over bronnen, een duidelijk onderscheid tussen feiten en meningen, adequate context en wederhoor” essentieel zijn in naleving van de code. Formeel zegt de code dit niet allemaal en zeker niet zo, maar de omschrijving bevat wel cruciale elementen waardoor journalistiek handelen zou kunnen leiden tot een journalistiek product van enige kwaliteit. Ze zijn dan nog steeds geen garantie daarvoor. Maar als je stappen als deze níet zet, krijg je in elk geval géén journalistieke parel.

Een gedegen voorbereiding is als zodanig niet in de code verwerkt. Maar het moge helder zijn dat je voor een informatief interview over een documentaire dat werk toch maar beter wel bekeken hebt. Liefst zonder vooroordeel en zorgvuldig. Anders gooi je als programmamaker je informerende taak wel erg makkelijk in de kliko, of je jezelf nu wel of geen journalist noemt.

Volgens de code worden bronnen “in beginsel” vermeld. Het was ons niet duidelijk waar dit in het geding zou zijn in het gesprek. Het maken van voldoende onderscheid tussen feiten en meningen en het moeten bieden van de mogelijkheid tot wederhoor luisteren nauw. Als iemand beschuldigd wordt in je productie, dien je die mogelijkheid tot wederhoor te bieden. Wij beluisterden het gesprek, maar hoorden geen beschuldigingen, wel mogelijke diskwalificaties. Maar een harde plicht tot wederhoor is er niet. Ook is het gesprek een aaneenschakeling van interpretaties en meningen van de presentatoren, en dat blijkt duidelijk.

Discriminatie en de code

Maar je houden aan de code kan nog steeds een publicatie opleveren waar vraagtekens bij gezet kunnen worden. Het gesprek werd door de briefschrijvers en andere luisteraars op zijn zachtst dommig en smakeloos en op zijn scherpst kwetsend, kwalijk en discriminerend genoemd. De code bevat geen concrete normen voor het vaststellen van of oordelen over discriminatie of racisme in journalistieke uitingen. Andere journalistieke codes doen dat wel, zo zegt bijvoorbeeld de Global Charter of Ethics for Journalists (vroeger de Code van Bordeaux genoemd) in artikel 9: "De journalist ziet erop toe dat de door media verspreide informatie en meningen niet bijdragen aan haat of vooroordelen. De journalist zal al het mogelijke doen om discriminatie te voorkomen, op basis van geografische, sociale of etnische herkomst, ras, geslacht, seksuele voorkeur, taal, godsdienst, lichamelijke beperkingen en politieke of andere overtuigingen."

De Ombudsman schreef enkele jaren geleden in twee onderzoeken al eens: “De Journalistieke Code zegt niets specifiek over racisme of discriminatie. Dat kun je een omissie vinden, maar iedere burger heeft zich aan de grondwet te houden, en die zegt er wel iets over: dat je burgers niet zult discrimineren. De vraag is dus of de Journalistieke Code een specifieke passage hierover zou dienen te hebben. Als we dan toch zouden sleutelen aan de code kies ik voor een passage in de code over het in journalistieke producties respectvol bejegenen van iedereen.”

Wij kunnen over het mogelijk discriminerend zijn van of respectloosheid en stereotypering in het interview dus geen oordeel geven. Maar dat hier van alles in platte vooroordelen werd gevat is op zijn minst slordig en te betreuren. Zeker omdat het gesprek werd gevoerd vanwege het maken van een documentaire die juist voorbij wil gaan aan die vooroordelen.

Verder denken

Ook al trekken niet alle programma’s bij de publieke omroepen een journalistieke jas aan waardoor ze door ons rechtstreeks langs de journalistiek-ethische normen te leggen zijn, publieke omroepen hebben wel een set publieke waarden uit te dragen. Dat hoeven ze niet allemaal op dezelfde wijze te doen, die externe pluriformiteit wordt in het bestel gekoesterd.

De omroep die het interview uitzond heeft ons in het verleden wel eens geschreven graag op het scherpst van de snede te opereren. “Aan de rand van de afgrond groeien nu eenmaal de mooiste bloemen. Maar soms donder je wel eens over het randje,” schreef men toen wij hen aanspraken op een respectloze video over Taylor Swift-fans. Die video haalde men toen offline.

De presentatoren realiseerden zich ook ditmaal blijkbaar wel dat er iets flink fout gelopen was, ook al was dat mogelijk niet zo snel of kwam het excuus niet zo volmondig als de briefschrijvers gehoopt hadden. De omroep schreef in een brief aan de documentairemaker het te betreuren “dat je aan dit interview een slecht gevoel hebt overgehouden. Dat was zeker niet onze opzet, en daarvoor bied ik jullie/jou onze excuses aan. De conclusie van onze eindredactie dat een onderwerp dat niet op de juiste wijze is voorbereid de uitzending niet mag halen wordt naar aanleiding van dit incident onderschreven door het programmateam, en ik heb er vertrouwen in dat de kans op herhaling klein is."

Uiteraard staat het de briefschrijvers vrij om van een publieke omroep meer te verwachten dan de brief en excuses die men kreeg. De Ombudsman legt excuses, rectificatie of het weghalen van een productie niet op. Die laatste twee kan in ons land alleen een rechter. Maar er staat voor niemand een straf op verder denken over het mogelijk effect van een publicatie of op anders handelen als dat meer zou stroken met de publieke waarden. Dat is echter aan een omroep zelf.

De onafhankelijke ombudsman en het goed gebakken journalistieke brood
Het gezicht van een tragedie
Labelen zolang de zon schijnt  
Schreeuw om aandacht
De reportage die misschien wel iets anders was
Grote cijfers, kleine onderbouwing
Deel deze pagina
Omroepen
AVROTROS