Het gezicht van een tragedie

Met respect berichten over zelfdoding, hoe doe je dat het beste? Als je een maatschappelijke kwestie letterlijk een gezicht wil geven, doe je dat dan? Of toon je uit mededogen met nabestaanden geen foto van iemand die zichzelf het leven benam? Na een klacht zet de Ombudsman een aantal overwegingen op een rij.
In het kort
- EenVandaag besteedt aandacht aan alleenstaande minderjarige asielzoekers die zich verantwoordelijk voelen voor gezinshereniging. In het programma wordt het verhaal verteld van een Eritrese jongen die uit wanhoop uit het leven is gestapt. Een foto van hem krijgt een prominente plek bij het online artikel en in de tv-uitzending.
- Een lezer stelt dat ook een overledene recht op privacy heeft, zelfs wanneer een foto door nabestaanden aan journalisten is verstrekt, zoals in dit geval is gebeurd.
- De Code Journalistiek Handelen bevat geen specifieke richtlijnen voor dit soort situaties. Daarom moeten journalisten zelf een afweging maken over het al dan niet gebruiken van een foto.
- In dit geval heeft EenVandaag een begrijpelijke afweging gemaakt om de foto wel te tonen. Het kan bovendien helpen om zo’n afweging met het publiek te delen, zodat er meer begrip ontstaat voor de gemaakte keuze.
- Dat de foto zo indringend boven het artikel staat, heeft ook te maken met de manier waarop de website van EenVandaag artikelen vormgeeft. Het kan daarom zinvol zijn om ook naar dat technische aspect van de presentatie te kijken.
De productie en de klacht
De 12-jarige John komt via mensensmokkelaars vanuit Eritrea naar Nederland en vraagt asiel aan. Minderjarige alleenstaande jongeren mogen regelmatig blijven en kunnen dan na verloop van tijd familie laten overkomen; er is voor deze groep jongeren een systeem van gezinshereniging. Maar John raakt verdwaald in dat systeem, gaat zwerven en krijgt psychische problemen van de druk die hij voelt om zijn familie te laten overkomen. De opvang waar hij uiteindelijk terechtkomt weet weinig van zijn geschiedenis en al helemaal niet wat te doen met hem. Uiteindelijk maakt John op zijn 16de een einde aan zijn leven.
EenVandaag maakt hierover een tv-reportage en een artikel. Om te laten zien dat er voor deze jonge alleenstaande asielzoekers extra specialistische opvang zou moeten komen, twintig tot dertig plekken erbij. Zo’n verhaal wil je een ‘gezicht’ geven, stelt de redactie. De familie van John in Eritrea en Ethiopië werkt mee aan de uitzending en stuurt de journalisten per app foto’s van hem. Van vrienden uit de opvang waar John zat, krijgen de journalisten ook filmpjes die ze gebruiken op tv.
Een lezer van het online-artikel meldt zich bij het programma en vraagt waarom er een foto is gebruikt. En zo prominent bovenaan het artikel. Heeft een overledene geen recht op privacy?
“We zijn, zoals u in het artikel kunt lezen, uitgebreid in contact geweest met de zus en moeder van de overleden jongen,” schrijft de redactie daarop aan de lezer. “Daarnaast met diverse vrienden van de jongen hier in Nederland. We hebben de foto's van John van de familie gekregen. De reportage is bedoeld om de jongen juist een gezicht te geven. Een balkje voor de ogen zou criminaliserend werken, alsof hij een misdrijf heeft gepleegd.”
De lezer, zelf ook journalist, stelt: “Journalistiek gezien heeft het publiceren van een foto in dit geval geen toegevoegde waarde.” Hij meldt zich bij de Ombudsman. “Ik opereer zelf vanuit het "Do No Harm" principe,” schrijft hij ons, “zelfs als een deel van de familieleden mij toestemming geeft om de foto van het slachtoffer te publiceren. Immers, deze bevinden zich in een roes en als buitenstaander journalist weet ik niet wat de relatie (verstoord of niet) is geweest van een deel van de familie/vrienden dat toestemming geeft.” Hij vraagt ons om onderzoek. Wat wij graag doen, want dit is een onderwerp dat zorgvuldigheid vraagt. En uitleg kan helpen bij beter begrip van de afwegingen die journalisten maken, zeker maar niet uitsluitend bij dit soort gevoelige verhalen.
Make me care
Bij ethische kwesties als deze grijp je allereerst naar bestaande richtlijnen. Maar in de Code Journalistiek Handelen vind je die niet specifiek over de privacy van een overledene. Er staat wel in algemene termen dat “de privacy van mensen mag worden aangetast wanneer dit in redelijke verhouding staat tot het publieke belang van de publicatie.” Wat is dan redelijk als de persoon waar om het gaat daarin geen stem meer heeft, en wie bepaalt dat?
In dit geval is het publieke belang van een pleidooi voor meer passende opvang voor minderjarige asielzoekers in psychische nood helder: in onze maatschappij vinden wij elk mensenleven het beschermen waard. Maar – ook een journalistieke opdracht – hoe zorg je voor betrokkenheid van je publiek bij een verhaal dat belangrijk is maar misschien wat verder van mensen af staat? Het geven van een gezicht aan zo’n verhaal is een beproefde journalistieke techniek. Make me care! Maak van ‘het onderwerp’ een mens.
Dan benader je naasten, bijvoorbeeld de familie. De redactie vertelde de Ombudsman dat de familie Johns verhaal verteld wilde hebben. De zus en moeder hadden de tijd om na te denken of ze wilden meewerken aan een journalistiek verhaal. De foto’s kwamen na een dag of twee via app-contact, zonder voorwaarden of terughoudendheid voor gebruik, gaf de redactie aan. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de foto en de filmpjes van John hals over kop, “in een roes”, onder druk of met tegenzin zouden zijn afgestaan.
De Ombudsman begrijpt de afwegingen van de redactie en kan die vakmatig billijken. Op de vraag of men had overwogen de toch lastige afweging ook te delen met het publiek – voor mogelijk beter begrip waarom John zo prominent in beeld kwam – zei de redactie daar niet direct aan gedacht te hebben, juist omdát de familie het verhaal naar buiten had willen hebben. De Ombudsman ziet journalistieke afwegingen altijd graag transparant gemaakt. De redactie van EenVandaag doet dat veel, onder meer via chats met het publiek.
De Ombudsman vroeg ook of was overwogen om een andere vorm voor het gebruik van de foto te kiezen, bijvoorbeeld ín het artikel en niet zo prominent bovenaan. En in de uitzending misschien niet beeldvullend maar in de hand van een betrokkene tijdens een gesprek over John? Dat laatste was onmogelijk, omdat de familie alleen telefonisch kon meewerken. En de redactie legde uit dat de manier waarop de software van de website een artikel vormgeeft, kan zorgen dat een foto zo indringend boven een artikel komt te staan. De redactie had niet expliciet afgewogen om dat anders te doen. Uiteraard is het vermijden van zo’n (blijkbaar) automatisme beter. En nadenken over de mogelijke impact van vormgeving is nooit verspeelde tijd.
De klassenfoto van 113
Want er zit nog een ander aspect aan berichtgeving over zelfdoding, en de klager wees daar ook op. Weten we niet allemaal inmiddels dat je beter spaarzaam bent met informatie over zelfdoding? Zeker in de journalistiek? Van journaaluitzending tot krantenstuk: als het erover gaat, volgt altijd een zogenoemde ‘disclaimer’. “Denk je aan zelfdoding of wil je daarover praten? Bel dan gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl.”, zei de EenVandaag-presentator na het item over John. In het artikel op de website staat een kadertje:

De klager gaf aan dat onder meer 113-Zelfmoordpreventie pleit voor terughoudendheid in berichtgeving en het delen van foto’s. Dit om imitatiegedrag te voorkomen, sensatie te vermijden, en uit respect voor de rouw van nabestaanden, schreef hij. Het klopt dat door experts om terughoudendheid gevraagd wordt. Maar als het om het delen van foto’s gaat, gaat het dan om foto’s van locaties of de methode. De hoofdredactie van EenVandaag vertelde de Ombudsman die al jaren niet te delen, onder meer na gesprekken met 113-Zelfmoordpreventie en een organisatie als Namens de Familie. Die laatste neemt steeds vaker na een tragedie voor nabestaanden de contacten met de pers op zich en bezoekt redacties. Ook die van EenVandaag werd bezocht.
Het is bij mediaberichten uiteraard altijd maatwerk. Want soms willen families of betrokkenen juist de discussie losmaken door – inderdaad – zo’n beladen onderwerp als zelfdoding gezichten te geven. Zie bijvoorbeeld de spraakmakende campagne Lessen voor het Leven. Om onderzoek naar, discussie over en preventie van suïcide bij jongeren te stimuleren, is er sinds begin dit jaar de klassenfoto die geen gewone klas laat zien. Elke maand sterven 26 jongeren door zelfdoding, een schoolklas vol. Ze staan herkenbaar op een foto die we allemaal wel hebben: als de klas van je eindexamen. De ouders van deze jongeren willen dat het verhaal van hun kinderen verteld blijft worden. Zodat andere jongeren weten dat je op zijn minst over je zelfmoordgedachten kunt praten. Je kunt dus niet generaliseren dat je journalistiek-ethisch nooit foto’s zou mogen gebruiken.
Conclusie
De Ombudsman ziet geen onachtzaamheid van de EenVandaag-redactie bij het gebruiken van de foto van John. Wel kan je je afwegingen als redactie altijd meenemen in je verhaal. De vragen van de klager over het artikel leiden in elk geval tot verder nadenken over de zorgvuldigheid van de aanpak.
En ook over klagers principe “Do no Harm”. De Ombudsman verwijst vaak naar een regel in de oudste journalistiek-ethische code die gebruikt wordt, de Amerikaanse Code of Ethics van de Society of Professional Journalists. Die luidt “Minimize Harm”. En die kan de Ombudsman beter verdedigen dan het absolutisme van ‘Do no Harm’. Want als journalist kan je schade door jouw werk nooit voorkomen: je hebt geen volledige controle over wat anderen met je werk doen. En als je strafbare feiten zoals corruptie blootlegt, wíl je juist dat jouw openbaarmaking schade aan de bedrijvers ervan doet. “Minimize harm” vraagt om het vermijden van onnodige schade, om zorg voor de ander, bedachtzaamheid en afwegen hoeveel informatie je nodig hebt om je journalistieke doel te bereiken. Dat is te informeren, te duiden, te onthullen en veranderen, to make us care. Dan kan een confronterend beeld nodig en verdedigbaar zijn.
Tot slot: de code stelt dat “kenmerken over personen zoals (etnische) afkomst, religie, uiterlijke kenmerken en seksuele voorkeur in producties alleen vermeld [worden] als deze voor het onderwerp relevant zijn.” Johns status als minderjarige asielzoeker behoorde tot de kern van het verhaal, dus dat die vermeld werd, is vanzelfsprekend. Doet het er dan nog aan toe waarvandaan hij kwam? Misschien niet doorslaggevend, maar je hebt als kijker wel íets nodig over zijn herkomst om zijn lange weg naar Nederland en de mogelijk bijkomende trauma’s daarvan te kunnen plaatsen. Ook voor het delen daarvan ziet de ombudsman rechtvaardiging.
