De schutter wiens gender de berichtgeving verdeelde
ANP
Hoe verwijs je binnen de journalistiek op een respectvolle én correcte manier naar transgender personen? Naar aanleiding van de berichtgeving over de schietpartij van 11 februari in de Canadese gemeente Tumbler Ridge, ontvingen wij meerdere klachten. De klachten gingen over de manier waarop verschillende omroepen de schutter, een 18-jarige transvrouw, aanduidden. Volgens het NOS-bericht was de schutter een vrouw, en in een uitzending van Ongehoord Nieuws werd beweerd dat transgender personen zouden lijden aan een stoornis. Beide beschrijvingen leidden tot geirriteerde reacties van kijkers en lezers, die zich afvroegen: Hebben de omroepen hier onjuiste informatie verspreid?
In het kort:
- Zowel de NOS als Ongehoord Nieuws besteedden aandacht aan de schutter van de schietpartij, maar hanteerden daarbij verschillende verwijzingen. Twee mailers dienden apart van elkaar een klacht in over een van de omroepen. Volgens hen was de vorm van verwijzen onjuist.
- De Code Journalistiek Handelen bevat geen expliciete richtlijn voor beschrijvingen van gender, maar geeft wel handvatten voor het omgaan met persoonlijke kenmerken.
- In dit geval verwees de NOS op een feitelijke en controleerbare manier naar de schutter, terwijl Ongehoord Nieuws een interpretatie gaf die niet goed aansluit bij de bredere context van de geraadpleegde bron.
- Het is van belang duidelijk te communiceren over de manier waarop verwijzingen naar gender tot stand komen. Een toevoeging van “gender” aan de Code Journalistiek Handelen zou daarin kunnen passen.
De klachten
In meerdere NOS-berichten werd schutter Jesse van Rootselaar omschreven als vrouw. Dit leidde tot kritiek van een lezer die deze woordkeuze onjuist vond. Volgens de mailer wekte gebruik van dit woord de indruk dat “ideologische overwegingen zwaarder wogen dan journalistieke nauwkeurigheid.” Het gebruik van de term ‘vrouw’ stond de feitelijke en controleerbare berichtgeving in de weg, omdat deze term volgens de mailer niet overeenkwam met de “biologische realiteit”. De mailer stelde daarom dat de NOS zich schuldig maakte aan het presenteren van een “biologisch onjuiste aanduiding.”
Ook in een uitzending van Ongehoord Nieuws kwam de schietpartij kort aan bod. Raisa Blommestijn en Sonya Tahiri discussieerden over de vraag of transgender personen wel in bezit zouden mogen zijn van een wapen en stelden dat transgender personen volgens de DSM-5 (het internationaal gehanteerde handboek voor de diagnose van psychiatrische aandoeningen) zouden lijden aan een “geestelijke, psychische stoornis.” Ook hierover werd een klacht ingediend: volgens de mailer bevatte de uitzending medische onjuistheden, wat ten koste ging van de feitelijke berichtgeving. Over dat de dader in deze uitzending een “man” werd genoemd, werd niet geklaagd.
Beoordeling volgens de Code Journalistiek Handelen
Wij ontvangen regelmatig klachten over de vorm van of woordkeus in een bepaald bericht. Redacties mogen zelf bepalen hoe, wat, hoe vaak én met welke woorden journalisten iets laten zien of bespreken. Deze vrijheid valt onder de redactionele autonomie van journalisten, zoals onder meer verankerd in de Mediawet. Niemand, ook Team Ombudsman niet, kan daarom voorschrijven welke woorden de redacties zouden moeten gebruiken bij bepaalde onderwerpen.
Onze belangrijkste maatstaf aan de hand waarvan we klachten beoordelen is De Code Journalistiek Handelen. De Code geeft echter niet altijd even duidelijke handvatten voor specifieke situaties. Zo staan er geen expliciete regels in over het benoemen van gender, of over hoe om te gaan met het verwijzen naar transgender personen. In complexe gevallen zoals dit kan het waardevol zijn om na te gaan wat andere internationale journalistieke codes hierover te zeggen hebben. Volgens de Amerikaanse Code of Ethics van de Society of Professional Journalists (SPJ), de oudste journalistieke code die we hebben, dienen journalisten de mensen waarover ze schrijven op een respectvolle manier te behandelen.
Deze twee klachten leggen dus eigenlijk een breder maatschappelijk vraagstuk open: wat is binnen de journalistiek een respectvolle manier om over transgender personen te schrijven of te spreken? Dat gaat verder dan het kiezen van een term of woord.
Beide mailers zijn van mening dat een van de omroepen onjuiste informatie heeft verspreid. De mailer over Ongehoord Nieuws spreekt over een “uitspraak (...) in strijd met de internationale medische en psychologische consensus” en de mailer over de NOS stelt dat de omroep zich schuldig maakt aan een “biologisch onjuiste aanduiding”. De klachten raken aan een fundamenteel verschil in opvatting over de betekenis van sekse en gender. De manier waarop deze begrippen worden gedefinieerd, bepaalt immers hoe iemands identiteit wordt geïnterpreteerd en omschreven. Dus: is gender een biologisch gegeven, of wordt het bepaald door andere factoren? En wat zeggen wetenschappers en experts hierover?
Theoretische verkenning van sekse en gender
In het boek The Transgender Exigency (2022) van communicatiewetenschapper Edward Schiappa wordt het debat rondom transgenderrechten besproken, en hoe de verschillende definties van gender in de loop der jaren zijn onstaan. Schiappa onderscheidt twee tegengestelde perspectieven op de vraag of gender biologisch bepaald wordt: biological determinist en autonomous nominalists. De biological determinists stellen dat het geslacht (sekse), samenvalt met iemands gender, en dus een vaststaand, biologisch gegeven is. Autonomous nominalists beweren daarentegen dat iemands gender niet afhangt van biologische kenmerken, maar onderhevig is aan een mix van persoonlijke keuzes en voorkeuren, sociale context en culturele normen.
Het idee dat sekse en gender twee verschillende dingen zijn, is geen nieuwe opvatting en is binnen de feministische filosofie door verschillende auteurs uitgewerkt. In 1949, schreef filosoof Simone de Beauvoir de beroemde woorden: “One is not born a woman, one becomes one.” Beauvoir stelt hiermee dat ‘vrouw-zijn’ niet puur biologisch te verklaren is, maar een sociaal proces. Gender functioneert niet zozeer als een label maar eerder als een werkwoord: iets wat ‘gedaan’ of ‘uitgevoerd’ wordt.
In lijn met deze bewering publiceerde de non-binaire filosoof en hoogleraar aan de universiteit van Berkeley Judith Butler het boek Gender trouble (1990). Ook Butler verwierp de bewering dat gender een natuurlijk feit is en wees op de rol van performativiteit. Volgens Butler bestaan er bepaalde culturele verwachtingen over genders, waarnaar mensen zich in de loop der jaren zijn gaan gedragen, oftewel ‘performen’. Gender bestaat volgens de filosoof uit gewoontes, rituelen en herhalingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bepaalde manieren van lopen of manieren van stemgebruik. Doordat we als mens zijn gaan handelen volgens deze verwachtingen, lijkt het inderdaad alsof gender een natuurlijk iets is, een biologische norm. Het belangrijkste idee wat Butler aankaart, is echter dat doordát gender bestaat uit herhalingen, dit ook anders herhaald zou kunnen worden. Hierdoor ontstaan variaties in de verschillende manieren waarop gender kan worden ‘uitgevoerd’.
De taal van de media
Met de komst van de autonomous nominalists, zoals Butler en Beauvoir, is er een ontwikkeling op gang gekomen waardoor voor bepaalde wetenschappers iemands gender niet meer noodzakelijk samenvalt met het lichaam waarmee iemand is geboren. Dit is terug te zien in de bredere taal van de media, ook bij bepaalde omroepen. Over de taal van de NOS lees je op hun website het volgende: “Ook volgen we nauwlettend taalkwesties die onderdeel zijn van discussies in de samenleving (…) en zullen we waar dat de begrijpelijkheid van verhalen niet in de weg staat non-binaire voornaamwoorden hanteren bij mensen die man noch vrouw zijn. Omdat dit laatste nog niet heel breed in de samenleving wordt gedaan, zullen we voorlopig wel uitleggen waarom we iemand hen noemen in plaats van hij of zij.”
Meerdere instanties, zoals de London School of Economics (LSE), hebben inmiddels richtlijnen gepubliceerd om een genderinclusieve taal te stimuleren binnen de media. De LSE maakt onderscheid tussen meerdere begrippen waaronder transgender, genderidentiteit en genderexpressie. Genderidentiteit en genderexpressie worden dus gezien als twee aparte dingen. Volgens de LSE verwijst genderidentiteit naar het gender waarmee iemand zichzelf identificeert, en genderexpressie naar de manier waarop mensen hun gender uitdrukken.
Een begrijpelijk verhaal?
Het refereren aan een transvrouw als ‘vrouw’ gaat uit van iemands genderidentieit, en is dus persoonsafhankelijk. Op deze manier hebben media zoals de NOS ervoor gekozen om de persoonlijke overtuiging van Jesse als leidend te zien. Zoals de NOS aan de mailer antwoordde, kiest de NOS ervoor om “personen te beschrijven en te benoemen op basis van hun gender en niet hun geslacht.” De NOS gebruikt hierbij “de door de persoon zelf gekozen aanspreekvormen en voornaamwoorden.”
Dit sluit aan bij de handleiding voor berichten over transgender personen, gepubliceerd door de Human Rights Campaign (HRC). De HRC raadt aan om, waar mogelijk, te volgen hoe transgender personen zichzelf persoonlijk identificeren. Misgenderen, oftewel aangesproken worden met het verkeerde voornaamwoord, kan volgens politica en feministe Olave Nduwanje voor transpersonen “veel pijn en trauma veroorzaken.” Wanneer het om minder bekende begrippen gaat, adviseert de HRC om verduidelijkende taal te gebruiken om zo begrijpelijk en respectvol naar personen hun gender te kunnen verwijzen. Dit doet de NOS, zoals de omroep zelf aangeeft, in sommige gevallen nog bij non-binaire voornaamwoorden.
Volgens de mailer was de taal van de NOS echter niet begrijpelijk, en ontstond er verwarring doordat de schutter als “vrouw” werd beschreven. Een van de uitgangspunten van de NOS is dat gebruikte taal toegankelijk en inclusief moet zijn. Door rekening te houden met de voorkeuren van transgenderpersonen zelf handelt de NOS respectvol en inclusief, maar blijft de vraag: is het daarmee ook toegankelijk?
Volgens de NOS houdt de omroep rekening met woorden die voor hun “brede doelgroep vertrouwd klinken.” Daarnaast besteedt de NOS aandacht aan de begrijpelijkheid van verhalen, zoals blijkt uit het eerder genoemde voorbeeld over non-binaire voornaamwoorden. De omroep is zich er dus bewust van dat sommige ontwikkelingen en terminologie nog tot verwarring kunnen leiden. Om die verwarring verder te voorkomen, zou de NOS er voor kunnen kiezen om in hun toelichting op gebruikte taal nog explicieter aan te geven dat de omroep uitgaat van gender en niet van geslacht. Op die manier kan de woordkeuze van de NOS in de toekomst nóg toegankelijker worden.
De klacht over de NOS getoetst aan de Code
De mailer over het NOS-bericht stelt dat de omroep onjuiste informatie presenteert door de schutter als vrouw te omschrijven. Wat voor handvatten biedt de Code Journalistiek Handelen bij het beoordelen van dit aspect aan de klacht? Volgens de Code dienen omroepen duidelijk onderscheid te maken tussen feiten, beweringen en meningen, en dient berichtgeving werkelijkheidsgetrouw en controleerbaar te zijn. Klopt het wat de NOS schrijft als we kijken naar de gangbare definities van het begrip ‘vrouw’?
Het wereldwijd gebruikte onlinewoordenboek The Cambridge Dictionary geeft hiervoor sinds 2022 een extra definitie, een verandering die echter niet door iedereen positief werd ontvangen. De twee definities hebben we zo nauwkeurig mogelijk vertaald naar het Nederlands:
- An adult female human being
- An adult who lives and identifies as female though they may have been considered to have a different sex at birth
Oftewel:
- Een volwassen vrouwelijk mens
- Een volwassene die leeft en zich identificeert als vrouw, ook al werd die persoon geboren met een ander geslacht.
In het geval van de NOS is de tweede definitie gevolgd. Hierdoor blijft de term ‘vrouw’ feitelijk controleerbaar, en kan worden gesteld dat de NOS zich niet schuldig maakt aan het “actief presenteren van onjuistheden.”
Verder stelt de mailer over het NOS-bericht dat feiten anders worden geframed en dat er onderscheid gemaakt zou moeten worden “tussen biologisch geslacht en zelfidentificatie.” Hoe helpt de code hierbij? In de Code staat: “Kenmerken over personen zoals (etnische) afkomst, religie, uiterlijke kenmerken en seksuele voorkeur worden in producties alleen vermeld als deze voor het onderwerp relevant zijn.” Gender of geslacht wordt in dit rijtje niet expliciet genoemd. Toch is het niet gek om ook gender hieronder te laten vallen. Het woord “zoals” suggereert immers dat de genoemde kenmerken slechts voorbeelden zijn.
Meerdere internationale nieuwsmedia, benoemen gender wél expliciet in hun richtlijnen. Zo besteedt persbureau Reuters onder het kopje Freedom from bias (Vrij zijn van vooroordelen) aandacht aan discriminerende taal en stereotypen binnen de journalistiek. Reuters stelt dat óók irrelevante verwijzingen naar gender vermeden zouden moeten worden.
Hoe verhoudt de richtlijn van de Code zich tot het NOS-bericht? In het eerste bericht van de NOS, waarin de eerste informatie en beelden werden gedeeld, werd de schutter aangeduid als “vermoedelijk een vrouw.” De rest van het artikel gaf vooral informatie over de exacte locatie van het incident en het aantal slachtoffers. Het valt daarom zeer te betwijfelen of het voor de kern van dit specifieke bericht relevant zou zijn geweest om uitgebreid in te gaan op de transitie van Jesse.
Toen de NOS later berichtte over de mentale situatie van Jesse, werd de transitie van de schutter wel benoemd: “Wel staat vast dat Van Rootselaar, die als man geboren werd maar zich sinds haar twaalfde als vrouw identificeerde, mentale problemen had.”
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat transgender personen doorgaans een verhoogde mate van mentale problemen ervaren. Zo hebben transgender personen een verhoogd risico op een angststoornis en depressie vergeleken niet-transgender personen. Verschillende factoren, zoals een laag zelfbeeld en een gebrek aan sociale steun, worden als mogelijke oorzaken genoemd. Op basis van deze bevindingen kan het in deze context wel relevant zijn om de transitie van Jesse te benoemen, omdat in meerdere onderzoeken een aangetoond verband bestaat tussen transgender zijn en mentale gesteldheid. De NOS maakte dus tweemaal een keuze op grond van relevantie van de informatie voor het hele artikel, zoals de code aangeeft dat het beste is.
De uitspraak in Ongehoord Nieuws getoetst aan de code
Volgens de mailer over de uitzending van Ongehoord Nieuws maakte ook deze omroep zich schuldig aan het presenteren van onjuistheden. Raisa Blommestijn stelde dat transgender personen volgens het DSM-5 handboek een psychische stoornis zouden hebben. Als er een aangetoond verband is, zoals we hierboven aangaven, tussen mentale gesteldheid en transgender zijn, is dit dan niet een logische gevolgtrekking? Om die bewering te kunnen beoordelen, nemen we kort enkele ontwikkelingen binnen de klinische terminologie door.
De termen die binnen de psychiatrische zorg worden gebruikt om transgender personen te beschrijven, zijn in de afgelopen jaren flink veranderd. Het DSM-handboek van de American Psychiatric Association (APA) speelt internationaal een belangrijke rol bij het vaststellen van definities en classificaties van psychische stoornissen. In de meest recente revisie van dit handboek, de DSM-5, zijn onder meer aanpassingen doorgevoerd die specifiek betrekking hebben op transgender personen. Op grond van nieuw wetenschappelijk onderzoek en toenemende maatschappelijke acceptatie heeft de APA haar richtlijnen aangepast en stelt zij dat transgender zijn op zichzelf geen mentale aandoening is. Alhoewel APA dit na de revisie van het DSM-handboek expliciet zo communiceert, laten de aanpassingen in het handboek op enkele plekken ruimte voor verwarring.
In de nieuwste versie van de DSM wordt niet meer gesproken van “genderidentiteitstoornis”, zoals in de vorige versie van de DSM, maar van “genderdysforie” (gender dysphoria). Deze wijziging is nadrukkelijk bedoeld om het stigma rondom transgender personen te verminderen. Het handboek doet dat door uit te leggen dat het woord ‘stoornis’ niet meer gebruikt wordt. Toch staat in de inleiding van het hoofdstuk "Gender Dysphoria" een opmerkelijke zin: “Although the DSM terminology and categorization of gender identity disorders have varied over time, the fundamental nature of the disorder (...) remains a consistent and unifying feature.” Hier wordt wel het woord “disorder” gebruikt, en dat kan dus verwarring zaaien. Maar dan is het van belang te kijken naar het handboek als geheel: onder de streep wordt door de DSM-5 niet gesproken van een stoornis, en wordt meermaals verduidelijkt dat en waarom deze term bewust is vervangen door ‘dysforie’.
Ongehoord Nieuws reageerde richting de mailer en de Ombudsman: “Zij (de studiogasten) geven vervolgens, onderbouwd, aan dat transgenders de geestelijke stoornis genderdysforie hebben.” Juist op het gebied van deze herziene terminologie zijn nuances van groot belang. In de uitzending en in deze reactie aan de mailer gebruikt Ongehoord Nieuws de termen ‘stoornis’ en ‘dysforie’ alsof ze verwisselbaar zijn. De subtiele aanpassing van het DSM-handboek steunt echter volledig op het verschíl tussen deze twee termen. De termen zijn geen synoniemen van elkaar. Terwijl een stoornis verwijst naar een aandoening of afwijking, duidt dysforie op een gevoel van onbehagen, een symptoom van bepaalde psychische klachten. ‘Dysforie’ is gekozen om niet te hoeven spreken van een stoornis. Door deze verschuiving in de terminologie wordt duidelijk gemaakt dat het om lijden gaat, en niet om een oordeel over iemands mentale gezondheid.
De inleiding van het hoofdstuk over genderdysforie bevat, zoals gezegd, in één zin een enigszins verwarrende woordkeuze. Maar wanneer je een bron aanhaalt, is het onlogisch om dan die ene verwarrende zin wel als onderbouwing te gebruiken maar verder de kern van wat je bron aangeeft te negeren. Dat geldt overigens ook als je een bron gebruikt ter onderbouwing van een mening. De uitspraak van Raisa Blommestijn in de uitzending van Ongehoord Nieuws is volgens de huidige stand van de medische wetenschap incorrect. Zij stelde dat transgender personen volgens de DSM-5 een psychische stoornis zouden hebben, terwijl de term dysforie er nu juist voor is gekozen om aan te duiden dat trans-zijn géén mentale aandoening is.
Tot slot:
De herziening van het DSM-handboek en de publicatie van journalistieke richtlijnen voor genderinclusieve taal wijzen op een brede maatschappelijke ontwikkeling. Daarin wordt op verschillende gebieden nagedacht over respectvolle taal over transgender personen.
Ongehoord Nieuws deed in de betreffende uitzending een onjuist beroep op de DSM-5. Het bestempelen van transgender personen als mensen die lijden aan een “stoornis” is volgens het huidige DSM-handboek feitelijk onjuist. Daarmee heeft Ongehoord Nieuws onjuiste medische informatie gepresenteerd, al laat een enkele zin in het handboek wat ruimte voor verwarring hierover. De stelligheid van de uitspraken in de uitzending worden niet zo onderbouwd door de gebruikte bron en kunnen daarmee voor de kijker misleidend zijn.
NOS Nieuws maakte controleerbare keuzes die aansluiten bij transparant gedeeld taalbeleid van de omroep en de code.
Een van de doelen van de Nederlandse publieke omroepen is dat ze er voor iedereen willen zijn, waardoor ontwikkelingen op het gebied van inclusiviteit zijn aan te raden. Zoals ze zelf schrijven: “Iedereen hoort erbij, vinden we bij de publieke omroep.” Omdát de omroepen er voor iedereen zijn, zouden hun berichten ook voor iedereen begrijpelijk moeten zijn. Een inclusieve(re) taal mag dus niet ten koste gaan van een duidelijk verhaal.
De Ombudsman adviseert om in gevallen van structurele verwarring meer context te bieden over de gemaakte keuzes in woordgebruik. Op de pagina De taal van de NOS zou een zin kunnen worden toegevoegd waarin wordt uitgelegd hoe verwijzingen rondom gender worden toegepast, namelijk dat de omroep uitgaat van gender en niet van geslacht.
Ook zou door de publieke omroepen gezamenlijk kunnen worden overwogen om gender wél expliciet op te nemen in de Code Journalistiek Handelen. Gender is naast de kenmerken die al worden genoemd een logisch en relevant persoonskenmerk. Het woordje “zoals” in de code laat dat teveel impliciet.
