Napleiten aan de talkshowtafel

Was het advocatenechtpaar Knoops in de uitzending van Pauw & De Wit van 30 oktober aan het ‘napleiten’? En verlegden ze de behandeling van de (op dat moment nog lopende) rechtszaak tegen Marco Borsato daarmee naar de TV-studio? Die zorg uitte een kijker in een mail aan de Ombudsman.
In het kort:
-Een kijker klaagde dat de advocaten van Marco Borsato bij Pauw & De Wit eenzijdig hun verhaal konden doen over de rechtszaak tegen hun cliënt, terwijl de advocaat van het slachtoffer ontbrak.
-Een redactie mag zelf bepalen wie wordt uitgenodigd en welke vragen er gesteld worden.
-De presentatoren waren kritisch en voor de kijker was duidelijk dat de gasten slechts één kant van de zaak vertegenwoordigden.
De kijker vond het vreemd dat enkel de verdediging in de uitzending een podium kreeg. Volgens hem zou dit schadelijk kunnen zijn voor de lopende strafzaak: "Bij een lopende strafzaak hoort evenwicht en duiding. Waarom was er geen commentator of vertegenwoordiger van de benadeelde partij?"
De kijker vond dat in de uitzending ook de advocaat van het slachtoffer Plasman aan het woord had moeten komen. Dit gebeurde enkele dagen later (op 3 november) alsnog. Volgens de kijker omdat ook Plasman niet te spreken was over wat er in de eerste uitzending was gebeurd. In de uitzending noemt Plasman wat het echtpaar Knoops deed ‘napleiten’: “Dus dan heb je de rechtszitting gehad en dan ga je daarna nog even door.” Naar eigen zeggen was de eerdere uitzending voor Plasman de belangrijkste reden om alsnog aan de talkshow tafel te vertellen over de rechtszaak. Vooral om ook het verhaal van zijn cliënt te vertellen: “Behalve in de slachtofferverklaring heeft ze nergens op kunnen reageren.”
Napleiten
De term “napleiten” komt, zoals te verwachten, uit de juridische wereld. Het is iets dat niet mag: iemand die aan napleiten doet kan daarvoor op de vingers getikt worden. Het draait bij zaken waar napleiten aan de orde kwam eigenlijk altijd om rechtstreeks contact tussen de partijen (verdediging of aanklagers) met de rechtbank of het gerechtshof. Er werden in die zaken nieuwe feiten of argumenten ingebracht na de inhoudelijke behandeling. Het is de vraag of aanschuiven bij een talkshow, zoals de kijker schrijft, aan diezelfde criteria voldoet.
Dit is echter niet iets dat de Ombudsman kan of moet bepalen. De Ombudsman is geen jurist en de analyses die wij maken zijn niet juridisch. De uitspraken van de Ombudsman komen tot stand na het bestuderen van de publicatie en de ethische regels van de journalistiek. Het draait daarbij vooral om de Code Journalistiek Handelen. Ook zal de Ombudsman daar waar nodig altijd in gesprek gaan met de redactie die de publicatie heeft gemaakt. Dan gaat het niet om wat juridisch juist is, maar om welke journalistieke en ethische keuzes zijn gemaakt.
Wie komt aan het woord
Een belangrijk onderdeel van journalistieke vrijheid is dat redacties zelf mogen kiezen wie ze aan het woord laten en waarover. Dit is een principe dat zo belangrijk is dat het ook in de mediawet is opgenomen. Niemand, ook de Ombudsman niet, kan van buiten opleggen of iemand wel of niet aan het woord mag komen en of iets wel of niet besproken mag worden. Het stond de redactie van Pauw & De Wit dan ook vrij om het echtpaar Knoops in de uitzending van 30 oktober uit te nodigen.
Of de heer Plasman in diezelfde uitzending ook aan tafel had moeten zitten, is om diezelfde reden ook aan de redactie. Dat Plasman op 30 oktober niet aan tafel zat omdat hij niet kon (en niet wilde) is de redactie niet te verwijten. Het was uiteraard in het kader van transparantie naar de kijker misschien beter geweest om dat te vermelden, maar ook hiervoor geldt dat dat geen plicht is.
Doordat nu enkel één van de beide partijen aan het woord kwam in de talkshow betekende dat wel dat de rol van de interviewers/presentatoren groter werd. Aan hen namelijk nu de taak om voor het publiek duidelijk te maken dat hier sprekers aan het woord waren met een éénzijdige kijk op de zaak (die van hun cliënt).
De Code Journalistiek Handelen geeft hier een aantal handvaten voor. Zo is belangrijk dat er bij beschuldigingen gedaan wordt aan wederhoor, we komen er hieronder op terug. Verder moet het voor de kijker duidelijk zijn wanneer er gesproken wordt over feiten of wanneer er sprake is van een mening. Over dit laatste staat in de code: “Omroepmedewerkers maken in een productie duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en meningen.”
Een groot gedeelte van het gesprek draait juist om wat er precies feitelijk kan worden vastgesteld en wat slechts een mening of een bewering is. Ook in de rechtszaak zelf ging het daar immers om. Het is zoals Jeroen Pauw in de uitzending opmerkt: “Wat lastig is bij heel veel van dit soort zaken, is dat het vaak het verhaal van de één tegen het verhaal van de ander is.” Hiermee geeft de presentator terecht aan dat veel van wat er gezegd wordt, ook door de advocaten in deze uitzending, gebaseerd is op de bewering van één van beide partijen.
Voor het publiek is overduidelijk in welke rol de beide gasten aan tafel zitten. Zij zijn de advocaten van de verdediging en dus zullen zij ook het verhaal vertellen dat de beklaagde wil dat er verteld wordt. De kritische ondervraging door met name één van beide presentatoren benadrukt dat nog eens extra. Het verhaal dat de gasten vertellen wordt niet klakkeloos voor waar aangenomen en de verschillende zwaktes in hun verhaal komen dankzij de presentatoren wel degelijk aan bod. Er wordt geen rode loper voor de gasten uitgelegd.

Dat neemt niet weg dat het volgens de kijker die de Ombudsman mailde sterker was geweest als de andere partij ook aan bod was gekomen in deze zelfde uitzending. Advocaat Plasman komt wel voorbij, maar alleen in een losse video over een enkel onderdeel van het gesprek. Het was mogelijk interessant geweest als Plasman alsnog aan tafel had gezeten. Dit had inhoudelijk een ander gesprek opgeleverd en dat had volgens de kijker de voorkeur gehad, maar een journalistieke verplichting is dit niet. Daarnaast had een dergelijk gesprek een groot risico in zich om te ontaarden in het al eerdergenoemde “verhaal van de één tegen het verhaal van de ander.”
De kijker schreef: “Juist wanneer een wederpartij niet aanwezig is, rust op de redactie de journalistieke plicht om zelf onafhankelijke duiding te bieden, zodat het publiek niet uitsluitend een partijdig perspectief krijgt voorgeschoteld.” De Ombudsman ziet in het gevoerde gesprek aan tafel geen aanwijzingen dat de redactie hier niet aan haar journalistieke plicht heeft voldaan door alleen de advocaten van de verdediging aan het woord te laten. Enkel het feit dat de andere partij niet aan tafel zit, is geen reden om daarmee te concluderen dat er sprake is van een partijdig gesprek. Niet elke stem in een journalistieke productie hoeft voorzien te worden van een tegenstem, zeker niet als de journalistieke gespreksleider zelf zorgt voor de nodige kritische vraagstelling, zoals in dit geval gebeurde.
Wederhoor
Volgens de mailende kijker ontbrak ook wederhoor in de uitzending. Maar wederhoor is enkel nodig als er beschuldigingen worden gedaan. In de Code Journalistieke Handelen staat hierover: “Omroepmedewerkers passen hoor en wederhoor toe bij personen en/of bedrijven/instanties die in een productie worden beschuldigd. Wie beschuldigd wordt, krijgt voldoende gelegenheid om te reageren en bij voorkeur in dezelfde productie.”
De beide gasten uitten inderdaad enkele beschuldigingen, maar die zijn voornamelijk gericht aan het OM en aan de journalist John van der Heuvel. Voor de beschuldigingen in de richting van die laatste geldt dat er wel degelijk wederhoor gepleegd en getoond is (de video met daarin advocaat Plasman). Hoewel er in de uitzending geen direct wederhoor is vanuit het OM wordt dat standpunt en de bewijslast door de presentatoren benoemd.
Of daarmee voldoende sprake is van wederhoor is een lastig te beantwoorden vraag. In de Code Journalistiek Handelen staat niet expliciet beschreven in welke vorm er wederhoor gepleegd zou moeten worden en hoe uitgebreid dat zou moeten. Het journalistieke verhaal was ongetwijfeld completer geweest als naast de advocaten van de verdediging, ook de advocaat van het slachtoffer, het OM en John van den Heuvel aan tafel hadden gezeten. Maar dat is geen journalistieke verplichting.
Voor wie toch ook benieuwd is hoe er met juridische bril naar rechten en plichten rond wederhoor gekeken wordt, kan bijvoorbeeld teruggrijpen op een uitspraak uit 2015 in een zaak tussen KRO Reporter en Ryanair. Daarin zei de rechter: “Of en hoe KRO het weerwoord heeft verwerkt in de uitzendingen is vervolgens in beginsel aan haar beoordeling en journalistieke vrijheid overgelaten, waarbij zij niet verplicht was dat weerwoord integraal over te nemen. Dat Ryanair over die weergave niet tevreden is, doet aan voormeld oordeel niets af.” Ook vorm, omvang en inhoud van het weerwoord valt dus uiteindelijk onder de journalistieke vrijheid.
Conclusie
Een gesprek aan een talkshowtafel is geen uitgebreid onderzoeksartikel of juridisch dossier. Het is simpelweg onmogelijk om alles wat in de rechtszaak voorbijkwam ook bij Pauw & De Wit te laten zien en horen. Daarom is het belangrijk dat dat wat voorbijkomt in de uitzending voor de kijker duidelijk is. De Ombudsman ziet geen bewijs dat dat hier niet het geval zou zijn. De gasten worden niet gepresenteerd als onafhankelijke deskundigen, maar duidelijk als de advocaten van de verdediging.
Daarmee is al aan het begin van het gesprek vastgesteld dat zij slechts één van de beide kanten vertegenwoordigen. Ze worden vervolgens afdoende kritisch ondervraagd door de presentatoren. En daar waar daadwerkelijke beschuldigingen worden geuit, is er wel degelijk sprake van een vorm van wederhoor. De kijker mailde ons dat Plasman het met hem eens was dat de uitzending "ongepast en onwenselijk" was. Dat maakt echter niet dat hier sprake is van journalistieke onzorgvuldigheid.
