Dossier vergeten of genegeerd conflict?: Lijden of strijd, hoe we berichten over twee oorlogen

ANP
Niet alleen qua hoeveelheid aandacht komt de oorlog in Sudan er bekaaid af in de media. Ook het verschil in de manier waarop media erover berichten is opmerkelijk. De Ombudsman kreeg een onverwachte toevoeging op het dossier aangereikt. Met een boodschap: “Media, wees je bewust van jullie westerse blik.”
Voor de eerste vier artikelen van het Dossier vergeten of genegeerd conflict onderzocht stagiair bij de Ombudsman Nine Rieter hoe redacties van de publieke omroepen bepalen welke aandacht er aan conflictsituaties besteed wordt. Ze koos daarvoor de oorlog in Sudan als casestudie. Bij het maken van nieuwskeuzes over zo’n crisis als in Sudan spelen verschillende aspecten een rol: van de bereikbaarheid van het conflictgebied en de tijd die een correspondent heeft tot de ‘competitie’ om zendtijd met andere crises. Een redactie en een correspondent wilden graag toelichten welke keuzes ze maken, en hoe vervelend die soms zijn. Je kunt nu eenmaal niet aan alles aandacht geven.

AFP via ANP – Een Sudanese vrouw draagt een plastic jerrycan terwijl zij door het Al-Rahmaniyah-kamp voor ontheemden loopt, nabij de stad El-Obeid in de Zuid-Kordofanregio, op 25 juni 2026.
Toen het dossier online kwam, meldden zich twee andere onderzoekers bij de Ombudsman. Zij kwamen met een interessante aanvulling op het dossier. Tess Otten en Charlotte Soer zijn alumni van de masteropleiding Media en Journalistiek aan de Erasmus Universiteit. Tijdens hun studie onderzochten zij met een aantal medestudenten de berichtgeving over Sudan versus die over de oorlog in Oekraïne. Zij bekeken naast de hoeveelheid stukken op NOS.nl en Nu.nl ook hóe er over die oorlogen bericht werd. “We verwachtten wel verschillen in de berichtgeving,” zegt Otten, “en onze bevindingen klopten met die verwachting. Maar de verschillen waren nog veel groter dan gedacht.”
Verschil in aandacht
De groep studenten maakte allereerst een dataset van nieuwsartikelen op NOS.nl en NU.nl uit de periode april 2023 (het begin van de oorlog in Sudan) tot november 2025. In die periode telden ze 4354 artikelen over Oekraïne tegenover 338 over Sudan. Oekraïne kwam dus meer dan twaalf keer zo vaak voor in het nieuws.
“Een zekere discrepantie is begrijpelijk,” zegt Otten, en een van de artikelen in het dossier van de Ombudsman stipte al wat redenen voor een bepaalde scheefgroei aan. “Maar dit is wel een enorme factor, dit is eigenlijk niet goed te praten. Ja, Oekraïne is dichterbij, maar de grootte van het verschil is wel bizar. Het is duidelijk scheef, en niet zo’n beetje scheef."
Welk perspectief domineert?
Ook de manier van kijken (het zogenoemde ‘frame’) naar de conflicten verschilde behoorlijk. Nu wordt het begrip ‘framing’ vaak als heel negatief gezien: je dwingt als journalist je publiek een bepaalde blik op een nieuwsonderwerp op. Maar het betekent feitelijk: wat neem je mee in je nieuwsverhaal en wat laat je weg. Het benoemt het kiezen van een perspectief en het afbakenen van wat in een nieuwsbericht komt. Want niet alles past of hoeft altijd tegelijk in hetzelfde nieuwsbericht, de Ombudsman schreef er al eerder over. Toch is een frame ook als een bril: wat zie je wel scherp en wat niet?
Dan blijkt de oorlog in Oekraine vooral als een militaire strijd tussen herkenbare leiders beschreven te worden. In de academische literatuur wordt dat een ‘politiek-strategisch’ frame genoemd, zo beschrijven Otten en Soer. Artikelen gaan dan over wapens, strategie en militaire beslissingen. Betrokkenen maken actieve keuzes, de strijd heeft een gezicht. Stukken over Sudan gaan over doden, gewonden, verkrachtingen, maar krijgen zelden een gezicht. “Dat noemen we een ‘dehumaniserend frame’,” zegt Otten. “Sudan is een lijdensverhaal. En Oekraïne is veel meer: deze drone is gebruikt en dat is gebombardeerd.” De grafiek hieronder hangt cijfers aan dit verschil.

Otten en Soer spitsten het in een artikel over hun onderzoek in het Vredesmagazine nog iets verder toe: “Burgers [in Sudan] worden in 87% van de geanalyseerde artikelen teruggebracht tot getallen en zijn hierbij slechts een passief onderdeel van het verhaal. In Oekraïne gebeurt dit slechts in één op de vijf artikelen. De onmenselijke behandeling van de burgers staat centraal, waardoor juist het persoonlijke gevoel naar de achtergrond verdwijnt. Er wordt maar weinig context geboden over de oorlog en de politieke achtergrond. Hierdoor lijkt het alsof het conflict een onvermijdelijk natuurverschijnsel is zonder concrete oorzaken.”
Otten: “Wij hebben het ‘westerse nieuwswaarden’ genoemd. Onze docent, Nel Ruigrok, wees ons op onderzoek uit 1996 naar de berichtgeving over Bosnië versus Rwanda in Amerikaanse kranten. Dergelijke verschillen in berichtgeving zie je dus nog steeds terug bij conflicten buiten onze westerse wereld.”
Bewustwording
In het Vredesmagazine zijn de onderzoekers stellig over het effect van het verschil in berichtgeving. “Deze resultaten laten zien dat framing geen onschuldige journalistieke keuze is, maar een instrument dat mede bepaalt wie wij als politiek gelijkwaardig beschouwen. Omdat dit verschil in framing zowel bij NU.nl als bij de NOS zichtbaar is, wijst het op een structureel patroon in westerse verslaggeving. Dat besef is cruciaal voor redacties én voor lezers. De manier waarop we naar een conflict kijken, bepaalt immers waar onze solidariteit begint en eindigt.”
Maar hoe het komt dat we deze verschillen blijven zien? Daarover speculeren ze niet. Otten zegt voorzichtig: “Er speelt van alles mee. Een ding: we hebben er niemand zitten, dus worden mensen daar onbereikbaar.” Soer vult aan: “De weinige informatie die er is, wordt steeds herhaald, En als er bericht werd over Sudan moest vaak eerst weer uitgelegd worden waar het conflict ook alweer over ging.” Ze denkt na. “Toch heb ik een enkele keer ook wel portretten gelezen, zoals dit artikel bij de NOS vanuit een vluchtelingenkamp.”
De discrepantie tussen hoe de journalistiek kijkt naar de twee oorlogen zal niet bewust zijn, menen Otten en Soer. “Maar het heeft wel effect,” zegt Otten. “Ons onderzoek is geen beschuldiging. Maar het is belangrijk om er kritisch op te reflecteren. Als journalisten zich er meer van bewust worden, gaan ze hopelijk ook anders kijken.” Soer: “Weten en kunnen handelen is twee. Maar wees je er in elk geval van bewust.”
De methode
De studenten van de Erasmus-masteropleiding Media en Journalistiek gebruikten speciale software (AmCAT) om de artikelen over de oorlog in Oekraïne en Sudan van NOS.nl en NU.nl tussen april 2023 en november 2025 te verzamelen. In deze periode verschenen in totaal 4.354 artikelen waarin Oekraïne werd genoemd en 338 artikelen over Sudan. In 23 artikelen werden beide landen vermeld.
Er werd gewerkt met zoektermen om de artikelen over beide conflicten te traceren. Vervolgens is een test gedaan om te zien of artikelen wel echt gingen over dat wat onderzocht werd: de conflicten. En niet bijvoorbeeld in het geval van Oekraïne over het Eurovisie Songfestival waaraan het land ook meedeed in de onderzochte periode.
Vervolgens werd gekeken naar de manier waarop over de conflicten werd bericht. Voor dat deel van het onderzoek werden in een willekeurige steekproef 600 artikelen (300 per conflict) stuk voor stuk geanalyseerd. Om systematisch te kunnen bepalen hoe beide oorlogen aan bod kwamen, werd een ‘codeboek’ gemaakt: een document waarin werd uitgelegd welke labels er aan artikelen werden gehecht en waarom.
Die frames zijn niet ‘zomaar’ etiketjes die je bedenkt en opplakt, er ging veel literatuurstudie en overleg aan vooraf. Want het onderzoek moest wel de academische standaard van betrouwbaarheid halen. Dit is gedaan door verschillende personen dezelfde artikelen te laten lezen en hen te laten bepalen welke ‘labels’ of ‘frames’ wel of niet voorkomen. Deze zogenoemde ‘intercodeur’ betekende in dit geval dat meerdere studenten eenzelfde steekproef codeerden, om te zien of de toegekende categorieën frames voldoende overeenkwamen. Hiermee ondervang je dat eventuele persoonlijke inschattingen of voorkeuren in de onderzoeksresultaten een rol kunnen gaan spelen. Soer: “En toen pas zijn we met z’n vijven de hele dataset gaan lezen, we hebben allemaal een eigen deel gecodeerd. Niet alleen of een bepaald frame erin zat, maar ook op welke manier.”
