Logo

Satire moet altijd herkenbaar zijn

TV, EO, De Joodse wereld
Deel deze pagina

Kijkers meldden zich bij de Ombudsman over een fragment in een uitzending van De Joodse wereld. De omroep antwoordde de klagers dat het item satirisch bedoeld was. Maar dat moet je als maker dan wel glashelder maken.

In het kort:

  • Het fragment ‘Brief van Orry’ in De Joodse wereld van 28 mei zou volgens kijkers onjuist zijn en verwijderd moeten worden.
  • De omroep stelde dat het fragment satire was en dus mocht overdrijven en spotten.
  • In de uitzending is niet duidelijk gemarkeerd dat dit fragment satirisch bedoeld is en daarom aan andere regels zou mogen voldoen. Ook op de website wordt het niet duidelijk.
  • De Ombudsman stelt dat een redactie de verantwoordelijkheid heeft om glashelder te maken wáár de kijker naar kijkt. Nu kan het de geloofwaardigheid van de hele uitzending in gevaar brengen.

De Ombudsman kreeg meerdere klachten naar aanleiding van een fragment in een uitzending van De Joodse wereld (EO) van 28 mei j.l. Een van de kijkers vroeg ons te kijken naar “de feitelijke onjuistheden en de redactionele keuzes in dit segment”, de zogenoemde Brief van Orry. Het zou verwijderd moeten worden. Wij schreven de kijker dat de Ombudsman eventueel verwijderen van een publicatie niet kan opleggen: dat is aan een omroep zelf als men het nodig vindt, of uiteindelijk aan de rechter als iemand aangifte zou doen. Op dat aspect van de klacht zullen we hier dus niet verder ingaan.

Satirisch bedoeld

De omroep reageerde op de klachten bij de Ombudsman met uitgebreide uitleg en achtergrond bij het programma. Over het bekritiseerde fragment zei men dat het de status van satire heeft. De eindredactie schreef: “Satire is per definitie een uitvergroting van de werkelijkheid, met ruimte voor spot en overdrijving. Ik begrijp heel goed dat niet iedereen elke vorm van satire kan waarderen, zeker niet wanneer je zelf het onderwerp bent. Toch is de vrijheid om satire te bedrijven cruciaal. Wel hadden we duidelijker moeten aangeven dat het hier om AI-gegenereerde beelden gaat. Dit passen we aan in komende uitzendingen.”

De Code Journalistiek Handelen, de journalistieke afspraken waaraan de omroepen zich gecommitteerd hebben en waarlangs de Ombudsman producties legt, zegt niet iets specifiek over satire, dit is immers een ander genre dan het journalistieke genre waarvoor de code geldt. Wel zegt de code iets over een andere journalistieke vorm, en de eindredactie lijkt daarnaar te verwijzen in haar antwoord: “Columnisten, cartoonisten en recensenten zijn vrij om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen, hun bijdragen moeten als zodanig duidelijk herkenbaar zijn. Dan zijn stijlmiddelen in vorm en inhoud – zoals overdrijven en bewust eenzijdig belichten – geoorloofd.”

In het Genrebeleidsplan Cultuur van de NPO staat wel iets over satire: “Aanbod waarin de kunstvorm satire centraal staat, waarbij op een niet-journalistieke, humoristische manier de spot wordt gedreven met de wereld om ons heen. (…) Aanbod binnen het subgenre Satire onderscheidt zich van het aanbod binnen het genre Opinie (…) doordat het onderwerpen altijd zonder journalistieke werkwijze en met spot/humor benadert.”

Als satire te herkennen?

De redactie schreef aan de Ombudsman dat satire bij het Jodendom hoort. “Spot (ook zelfspot) is in tweeduizend jaar Joods leven een reddingsboei geweest, een coping-mechanisme om te dealen met vervolging en haat. Satire is geen fremdkörper in het Jodendom. De Joodse wereld heeft als missie om vanuit de Joodse lens naar de Nederlandse samenleving te kijken. De keuze voor satire is een vormkeuze die heel goed past bij de aard van de Joodse traditie.”

De redactie stelde dus dat satire binnen De Joodse wereld past en men de vrijheid heeft satire te bedrijven. Dat stelden de klagers noch de Ombudsman ter discussie. De Ombudsman beoordeelt ook niet of dit satire is. Maar in een verder journalistiek-informatieve omgeving zoals in dit programma is dit fragment wel een vreemde eend in de bijt. Nergens wordt de aparte status van dit fragment als satire aangegeven. En het is dus niet duidelijk dat we hier blijkbaar te maken hebben met een ander soort beestje dan de rest van de uitzending.

Volgens de omroep en het programma keken we hier niet naar een eend. Maar hoe kan de kijker dit weten als de redactie het niet op enige manier aangeeft? De werkwijze, het format en de plaats in de uitzending (het voorlezen van een soort ‘open brief’ aan het eind van een programma) zijn niet per definitie on-journalistiek of als satire herkenbaar.

De redactie vergeleek bij de Ombudsman de werkwijze met andere journalistieke en informatieve programma’s die satirisch afsluiten maar dat ook niet als zodanig aankondigen. Dit is echter geen sluitend argument om hetzelfde onduidelijke pad te kiezen. Wij schreven eerder over vragen die dat kan opleveren.

Of is het dan een column?

Ook op de website van het programma staat een eventuele speciale status van fragmenten als dit of de maker ervan niet aangeduid. De redactie beriep zich op afspraken zoals die voor onder meer columnisten zijn gemaakt (“uitvergroting”, “overdrijving”). Maar de maker Orry wordt aangeduid als maker van een “rubriek”, wat niet per definitie een column is, laat staan een satirische column.

En zelfs áls de ‘Brief van Orry’ een column zóu zijn – de journalistieke vorm die extra vrijheden toekent aan de maker – zou die volgens de code ook duidelijk als zodanig herkenbaar moeten zijn. Dat is hier niet het geval.

De redactie laat hier dus wel iets essentieels achterwege: duidelijkheid geven over de status van hetgeen waar het publiek naar kijkt.

AI-gegenereerd beeld

De redactie gaf aan dat men duidelijker zal gaan maken dat hier AI-gegenereerde beelden worden gebruikt. Dat betreft op zich iets heel anders, daar ging het de klagers niet om.

Op zich is dit wel goed om aan te geven. Want als er in een productie ineens AI-beeld opduikt terwijl de rest van het programma waarheidsgetrouw wil berichten, is het zaak de kijker daarvan op de hoogte te brengen. Hoe kan deze anders het werkelijkheidsgehalte van de rest van de productie inschatten of vertrouwen? En wat doet dit met de controleerbaarheid van informatie, zoals de code voorschrijft? Ook hier moet een redactie dus duidelijk over zijn.

Concluderend

De Ombudsman stelt dat de redactie een verantwoordelijkheid heeft om in voldoende mate te zorgen dat de kijker kan inschatten waarnaar men kijkt. Zodat deze daarna zelf de afweging kan maken wat men van een productie vindt.

Satire hoeft inderdaad niet iedereen te bevallen. Maar het moet in een verder journalistieke omgeving zoals in dit programma wel glashelder zijn dat dit éne fragment blijkbaar aan andere normen mag voldoen. Zolang dat niet duidelijk is, brengen de programmamakers de geloofwaardigheid van de hele uitzending in gevaar. De redactie schreef de Ombudsman te evalueren “of we andere keuzes moeten maken met betrekking tot de herkenbaarheid van satire en AI, ook omdat we zelf gebaat zijn bij een helder onderscheid voor zover dat niet voor iedereen even duidelijk is”. De Ombudsman juicht dat zeer toe.

  • Omroepen
    • AVROTROS
    • BNNVARA
    • EO
    • HUMAN
    • KRO-NCRV
    • MAX
    • NOS
    • NTR
    • ON
    • PowNed
    • VPRO
    • WNL
    • ZWART
  • Overig
  • Contact
  • Privacy